Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de particuliere industrie dient over te laten en dat deze daartoe ook beter berekend is. Om te doen zien, hoe de meening in België met de in de Memorie van Toelichting verkondigde theorieën verschilt, zij het mij vergund de volgende zinsneden aan te halen uit het verslag van den Heer Paul Habets, Mijningenieur en Professor aan de Universiteit te Brussel. r) In dat verslag worden de resultaten medegedeeld, die in België verkregen werden, binnen den tijd van nog geen achttien maanden, gedurende welken tijd 57 boorgaten tot groote diepte werden afgezonken, terwijl slechts 7 van de ondernomen boringen mislukten. Hij zegt:

„Het zoo verkende terrein bedraagt omstreeks 400 vierkante kilometers in de provincie Limburg en 300 vierkante kilometers in de provincie Antwerpen, of 700 „vierkante kilometers in het geheel.

„De kapitalen, die voor deze boringen werden aangekend, kan men op 6 millioen franken begrooten. Elke „boring heeft van 80.000 tot 120.000 franken gekost. En „wanneer men dan nog den korten tijd in aanmerking „neemt, waarin deze boringen werden uitgevoerd, dan „moet men zeker eenen machtigen indruk krijgen van „hetgeen het particulier initiatief kan tot stand brengen, „onder den invloed van Napoleon's Mijnwet van 21 April „1810, waarvan de breede opvatting de ontginning van „de mijnen aan hen toewijst, die de meeste geschiktheid „daartoe toonen en zulks ten voordeele van het algemeen. „Niet minder merkwaardig is het, dat men in zóó weinig „tijd de noodige technische gegevens heeft kunnen verzamelen, om met zeer voldoende zekerheid de voorwaarden „van afzetting en de ontginbaarheid van het steenkool„ bekken te kunnen beoordeelen.

1) Revue Universelle des Mines, de la Metallurgie, etc. Mars 1903, p. 279.

Sluiten