is toegevoegd aan uw favorieten.

Grondwetschennis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Regeering, om, ten behoeve van de Staats-spoorwegen, eigen steenkool-mijnen te koopen en in ontginning te brengen.

„Had de fiscus," zeide de Heer S. B. „aan den hem „reeds in 1887 gegeven raad gevolg gegeven, dan zou voor „den Staat wellicht een beteren weg bestaan hebben, om „zelf steenkool te ontginnen in het Rijnsch-Westphaalsche „bekken, dan die welke nu ingeslagen wordt. Door de „wetenschappelijke resultaten, welke dergelijke door den Staat „ondernomen onderzoekingen opgeleverd konden hebben, „zouden buitendien ook aan menig ondernemingslustig particuliere onderzoeker de teleurstellingen en verliezen bespaard „zijn gebleven, die ze nu geleden hebben."

Hoe de betreffende leden in deze uiting van den Heer S. B. eene verdediging van het besproken wets-ontwerp konden zien, is niet duidelijk. Noch in Pruisen, noch in België, waar men omtrent de kennis van het mijnrecht beter op de hoogte is dan bij ons, zou iemand er ooit aan denken, om van Staatswege opsporingen aan te bevelen, op de wijze zooals in ons wets-ontwerp geschiedt. Men begrijpt daar zeer goed, dat wanneer de Staat opsporingen wil verrichten, hij dat alleen doen kan als privaat persoon en zich dan geheel ook moet gedragen naar de regelen; die de Wet ook aan andere opspoorders stelt. De Staat dient dat dan te doen door het domein of door den fiscus. De Heer S. B. spreekt dan ook in zijn opstel van den „BergFiscus."

Wanneer ik ook de wijze moet bestrijden, waarop bij ons de Staat opsporingen wil verrichten, zoo wil ik toch niet geacht worden het doen van opsporingen van Staatswege op zich zelf te veroordeelen. Wanneer de Staat bij ons opsporingen wil verrichten, met het loffelijke doel om, in het algemeen belang, meerder kennis te verwerven omtrent de samenstelling van den nog zoo weinig bekenden Neder 1 andschen bodem , wanneer hij de resultaten van die boringen hoofdzakelijk wil doen strekken tot voorlichting