Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gonnen worden door Ons, den Raad van State gehoord, aangewezen.

Door deze aanwijzing wordt, als ware voor de ontginning volgens de Wet van 21 April 1810 (Bulletin des lois n". 285) concessie verleend, voor den Staat de eigendom van de mijn verkregen.

Artikel 2.

De in artikel 1 bedoelde terreinen zijn begrensd als volgt:

enz. enz.

Artikel 3.

Yoor boringen in de in art. 1 bedoelde terreinen, welke de aanwezigheid van steenkolenlagen hebben aangetoond, wordt uit 's Rijks schatkist eene vergoeding verleend tot een bedrag overeenkomende met dat der kosten aan zulke boringen in het algemeen verbonden.

Artikel 4.

Hij, die eene vergoeding, als in artikel 8 bedoeld, meent te kunnen vorderen, moet zich ter verkrijging daarvan, binnen één jaar na het in werking treden van deze Wet, met overlegging van bewijsstukken tot staving van zijn recht wenden tot Onzen Minister van Waterstaat; Handel en Nijverheid, die hem, binnen zes maanden na dien termijn, kennis geeft of hij zich met de vordering, en tot welk bedrag, vereenigt.

Wordt aan den belanghebbende het bedrag, waarop hij aanspraak maakt, niet binnen zes maanden na dagteekening van de in het eerste lid voorgeschreven kennisgeving uitbetaald , zoo kan hij, binnen zes maanden na het ver-

Sluiten