Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hage, te 's-Gravenhage en Mr. D. Simons, hoogleeraar aan de Rijks-Universiteit te Utrecht, te Utrecht en werd aan dé Commissie toegevoegd als secretaris Mr. B. Edersheim, advocaat-procureur te 's-Gravenhage.

De instelling van deze Commissie vond plaats overeenkomstig het op 23 December 1916 door de meerderheid van den Centralea Gezondheidsraad aan den Minister van Binnenlandsche Zaken uitgebracht, als bijlage I bij dit verslag gevoegd advies over een door de leden dezer Commissie van Houten, van Hamel en van Holthe tot Echten aan de Regeering in 1913 ingediend adres, waarin onder de noodige waarborgen op meerdere vrijheid in de uitoefening der geneeskunst werd aangedrongen. Die meerderheid vereenigde zich met de strekking van dit adres, doch verlangde een onderzoek naar de mogelijkheid van het maken van een afgerond geheel van doeltreffende bepalingen, waarin wordt gewaakt tegen misleiding, misbruik van vertrouwen, aannemen van valsche titels, speculatie op de onwetendheid van het publiek door zoogezegd onbevoegden, alsmede bepalingen die, voor zoover de bestaande strafwet daarin niet reeds voorziet, benadeeling van lijf of gezondheid van anderen door bedoelde onbevoegden tengevolge van onbekwaamheid en onvoorzichtigheid zouden kunnen voorkomen. Het ontwerpen dier bepalingen wenschte zij aan eene Commissie opgedragen te zien.y

Aan de haar bij hare benoeming overeenkomstig dit advies opgedragen beperkte taak meent de Commissie het best te voldoen door het ontwerpen van bijgaand ontwerp van wet met Memorie van Toelichting, als bijlage II bij dit verslag gevoegd. In die stukken stelt zij zich op hare beurt op het standpunt van de meerderheid van den Centralen Gezondheidsraad

Zij onthoudt zich van het uitspreken van een eigen oordeel over de vraag, of de verlangde meerdere vrijheid in de uitoefening der geneeskunst al dan niet gewenscht is. Zij is, geheel overeenkomstig de haar gegeven opdracht, bij de samenstelling van haar ontwerp uitgegaan van de veronderstelling dat die vrijheid behoorde te worden toegekend en heeft ook de Memorie van Toelichting in dien gedachtengang opgesteld, zonder daarbij eene uiteenzetting van eigen standpunt te willen geven. Een advies over de quaestie van de vrije uitoefening der geneeskunst is van haar niet gevraagd en wordt door haar niet gegeven.

Sluiten