Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen geven. Het zou volgens hen mogelijk zijn eene reeks van bepalingen vast te stellen en ook te handhaven, waarbij werd gewaakt tegen misleiding, misbruik van vertrouwen, aannemen van valsche titels, speculatie op de onwetendheid van het publiek door zoogezegd onbevoegden, alsmede bepalingen die, Voor zoover de bestaande Strafwet daarin niet reeds voorziet, benadeeling van lijf of gezondheid van anderen door bedoelde onbevoegden tengevolge van onbekwaamheidv en- onvoorzichtigheid zouden kunnen voorkomen.

Hoe die bepalingen nauwkeurig zouden moeten luiden en hoe zij met de reeds bestaande artikelen van het Wetboek van Strafrecht te zamen één geheel zouden kunnen vormen, is door adressanten niet aangegeven, nóch in hun verzoekschrift, nöch ook ter Raadsvergadering. Maar de Eaad zou het zeer toejuichen, wanneer hunne meening mocht blijken juist te zijn. Daarom meent de Raad Uwer Excellentie in overweging te moeten geven naar de mogelijkheid, om een afgerond geheel van doeltreffende bepalingen te maken, een nader onderzoek te doen instellen, waarbij adressanten ongetwijfeld gaarne hunne deskundige medewerking zullen verleenen.

Mocht dit onderzoek het verwachte gevolg hebben, dan zou, bij invoering der nieuwe regeling, tegen opheffing van de bestaande — waardoor tevens aan het verzoek van adressanten, om vrijheid van geneeskunstoefening ook voor hen, die niet de wettelijke examens hebben afgelegd, zou worden voldaan — naar 's-Raads meening, met het oog op de belangen van de volksgezondheid geen enkel bezwaar behoeven te bestaan en derhalve in gunstige overweging genomen kunnen worden. Dan toch zouden die belangen veel beter beschermd worden dan thans, nu de wet een bijna doode letter is, terwijl tevens bevrediging zou worden gegeven aan hen, wier rechtsovertuiging door het bestaande art. 1 der wet van 1865 wordt gekrenkt.

Eene enkele opmerking omtrent hetgeen adressanten verder noodig achten moge nog volgen.

„Zorg voor behoorlijke deskundige opleiding en examineering voor bepaalde beroepen (arts, tandarts, 'vroedvrouw, e.a.)" blijft naar 's-Raads meening bij voortduring noodzakelijk. Onverzwakt zal gestreefd moeten worden naar een steeds hooger peil van ontwikkeling der geneeskundigen en niet op het gebied van vakkennis alleen, opdat zij later den vooruitgang der wetenschap steeds zullen kunnen volgen.

Ook inwilliging van den wensch naar „strafvervolging van onverantwoordelijke „kunstfouten" en benadeeling van lijf of gezondheid van anderen door onbekwaamheid en onvoorzichtigheid niet alleen van onbevoegden, maar ook van artsen, acht de Raad uit een oogpunt van volksgezondheid zeer aanbevelenswaardig. Hij zou dan echter niet alleen door strafvervolgingen onbekwaamheid en onvoorzichtigheid willen weren, maar ook wettelijk ingestelde artsenkamers met ruime bevoegdheden • tot het oefenen van toezicht, zooals die in het buitenland werkzaam zijn, van groot nut achten.

Verschillende niet wettelijk toegelaten geneeskunst-oefenaren, overtuigd van de doelmatigheid der door hen toegepaste methodes, hebben aan 's-Raads Commissie den wensch kenbaar gemaakt, dat deskundigen zich zouden vergewissen van de resultaten, die zij meenen te bereiken. Het wil den Raad' Voorkomen, dat het inderdaad nuttig zou kunnen zijn, wanneer eene daartoe bekwame Commissie dergelijk onderzoek instelde.

Derhalve meent de Raad Uwer Excellentie te mogen adviseeren, het tot stand komen eener Commissie tot dat doel te bevorderen. De Raad betwijfelt niet of menige, nu schijnbaar wonderlijke, genezing zal dan een zeer natuurlijke verklaring vinden, terwijl andere naar het rijk der fabelen

Sluiten