Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE II.

Wijziging der bevoegdheid tot uitoefening van geneeskunst.

KONINKLIJKE BOODSCHAP.

Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een ontwerp van wet, houdende wijziging der bevoegdheid tot uitoefening van geneeskunst.

De toelichtende memorie, die het wetsontwerp vergezelt, bevat de gronden waarop het rust.

En hiermede bevelen wij U in Gods heilige bescherming.

's-G ravenhage, den

ONTWERP VAN WET.

Wij WILHELM IN A, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen ■ te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat wijzigingen der bevoegdheid tot uitoefening van geneeskunst noodzakelijk zijn;

Zoo is het, dat Wij, den Baad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten.Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I.

In art. 1 der Wet van 1 Juni 1865, Stbl. 60, regelende de uitoefening der Geneeskunst, wordt het woord „alleen" vervangen door: „in haren geheelen omvang slechts".

Aan het eerste lid wordt toegevoegd:

„Zij worden in deze wet aangeduid als „geneeskundigen". Met deze benaming worden mede aangeduid zij, die volgens art. 2 dezer wet vergunning hebben verkregen tot uitoefening der geneeskunst in haren geheelen omvang."

Artikel II. 1

In art. 2, eerste alinea, der Wet van 1 Juni 1865, Stbl. 60, worden na de woorden „de uitoefening der geneeskunst" ingevoegd de woorden: „hetzij in 'haren geheelen omvang, hetzij onder afwijking van het in art. 17a bepaalde".

Artikel III.

Art. 3 der Wet van 1 Juni 1865, Stbl. 60, wordt gelezen als volgt:

„Alleen de geneeskundige mag een titel voeren die- hem aan het publiek als geneeskundige aanwijst, of bij openbare aankondiging den indruk vestigen, dat hij tot uitoefening der geneeskunst in haren geheelen omvang bevoegd is.

Hij, die eenig onderdeel van de geneeskunst uitoefent zonder daarvoor verkregen wettelijk erkend bewijs van bekwaamheid, mag niet bij openbare aankondiging den indruk vestigen, dat hij zoodanig bewijs van bekwaamheid bezit."

Sluiten