is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van de Staatscommissie benoemd bij K. B. van 31 juli 1917 aan welke is opgedragen te onderzoeken, hoe de wettelijke bepalingen betr. de uitoefening van de geneeskunst zouden moeten luiden, indien de bevoegdheid tot het uitoefenen v. d. kunst niet meer afhankelijk werd gesteld v. h. getuigschrift van met goed gevolg afgelegd artsexamen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel IV.

In art. 9, eerste lid, der Wet van 1 Juni 1865, Stbl. (60, worden de woorden „aan allen die geneeskunst uitoefenen' vervangen door: „aan de geneeskundigen en aan hen, die zonder1 bewijs van bevoegdheid van het verleenen van geneesof heelkundigen raad of bijstand een bedrijf maken". Aan art. 9 wordt als zevende lid toegevoegd: „De bepaling van het eerste lid van dit artikel is, met betrekking tot plaatsen in welke geen apotheker gevestigd is, niet van toepassing op dengene, die zonder bewijs van' bevoegdheid van het verleenen van genees- of heelkundigen raad of bijstand een bedrijf maakt, indien hij de bevoegdheid tot uitoefening der artsenijbereidkunst heeft verkregen."

Artikel V.

In art. 11 der Wet van 1 Juni 1865, Stbl. 60,- wordt inplaats van „hun" gelezen: „aan geneeskundigen en aan hen, die van het verleenen van genees- of heelkundigen raad of bijstand zonder bewijs van bevoegdheid een bedrijf maken".

Artikel VI.

Na art. 17 der Wet van 1 Juni 1865, Stbl. 60, wordt ingelascht:

\ 㤠2a. Van hen, die zonder bewijs van bevoegdheid raad. en bijstand aan lijders verleenen."

Artikel 17a. Het is aan ieder, die niet in het bezit is van een bewijs van bevoegdheid volgens de wet, verboden:

a. vergiften en bedwelmende middelen voor te schrijven;

b. de verloskunde uit te oefenen;

c. inentingen te doen;

d. heelkundige operatiën te verrichten;

e. syphilis, gonorrhoë of zachten sjanker te behandelen.'

Artikel 17b. Andere genees- of heelkundige raad of bijstand kan zonder bewijs van bevoegdheid worden verleend.

Zij, die daarvan een bedrijf wenschen te maken, zijn verplicht bij den inspecteur der volksgezondheid van het district, waarin zij wonen of zich met der woon vestigen, vóór het begin der uitoefening van dat bedrijf, ©ene verklaring in te leveren, inhoudende:

a. hun naam en voornaam, alsmede dagteekening en plaats hunner geboorte;

b. den omvang waarin zij het bedrijf wenschen uit te oefenen;

c. de voorbereiding, die zij hiervoor hebben genoten^ De inspecteur geeft van de inlevering dezer verklaring

een door hem gedagteekend en bnderteekend bewijs af.

Binnen acht dagen daarna geeft de verkrijger van de verklaring, onder overlegging daarvan aan den burgemeester zijner woonplaats en aan dien der plaats, waarin hij zijn praktijk uitoefent, kennis dat hij haar heeft aanvaard.

Artikel 17c. Zij zijn onderworpen aan de verplichtingen, bij de artt. 6 en 8 aan de geneeskundigen opgelegd.

Zij geven aan de ambtenaren van het staatstoezicht op de volksgezondheid alle door hen gevraagde inlichtingen omtrent de uitoefening van hun bedrijf.

Artikel 17d. Zij, geven van het in behandeling nemen van personen, van wie zij weten of redelijkerwijze kunnen vermoeden dat zij den leeftijd van achttien jaren nog niet hebben bereikt, binnen 24 uren kennis aan den Inspecteur van de Volksgezondheid in het district, waarin zij wonen.

Artikel 17e. Zij zijn bij de uitoefening van hun bedrijf verplicht te handelen naar hun beste weten en vermogen.