Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. de behandeling van besmettelijke ziekten.

Voor niet-opneming dezer uitzondering pleit in de eerste plaats de ook door de medici erkende moeilijkheid van de constateering van de meeste dezer ziekten, waardoor een beroep op het. niet herkend hebben van de ziekte als eene besmettelijke allicht tot straffeloosheid zal leiden; verder: het belang van eene ruime verplichting tot -kennisgeving van het optreden eener, zoodanige ziekte, welke verplichting moeilijk kan worden opgelegd los van een recht tot behandeling.

b. kankerbehandeling.

c. doodschouw en afgifte van bewijs van overlijden. Een verbod van de sub c vermelde verrichtingen werd

onnoodig geoordeeld, zijnde deze materie geheel wettelijk geregeld.

Art. 17&. — In den aanhef van dit artikel is de z.g.n. vrije uitoefening der geneeskunst belichaamd.

Het in de overige leden van dit artikel bepaalde maakt deel uit van de administratieve controle, in § 3 van dit verslag onder de waarborgen tegen de gevaren der vrijheid1 vermeld.

Van de sub c der 2e alinea van dit artikel geëischte opgave van genoten voorbereiding — een ruimer term dan opleiding — wordt dit nut verwacht, dat de Inspecteur den declarant naar aanleiding zijner verklaring zal kunnen onderhouden over den ernst der zaak, hetgeen van belang kan zijn voor de bepaling der strafmate bij eene eventueele bestraffing wegens overtreding der strafrechtelijke bepalingen, tegen misbruiken bij de uitoefening der geneeskunst gesteld.

Art. 17c. — De in het 2e lid van dit artikel voorgestelde gebodsbepaling 'is analoog met die, in art. 17 der wet voor de vroedvrouwen gesteld.

In het le lid wordt een tweetal^ thans reeds aan de artsen opgelegde verplichtingen uitgebreid tot de niet-artsen.

Art. lid. — Naast de in de ontwerp^artt. 17a, 176 en 17c neergelegde algemeene waarborgen tegen de gevaren der vrijheid, wordt in dit artikel nog eene bijzondere contrölebepaling gesteld voor het door ongediplomeerden beoefenaars der geneeskunst in behandeling nemen van minderjarigen, daar voor deze laatsten de keuze van den persoon, aan, wien hunne gezondheid, soms zelfs hun leven wordt toevertrouwd, door een ander, hun wettelijken verzorger, moet geschieden.

Tengevolge van de krachtens dit artikel te verrichten kennisgeving wordt de Inspecteur in de gelegenheid gesteld in te grijpen door de justitie kennis te geven waar zulks op grond van personen en omstandigheden wenschelijk is; ook kan de Inspecteur eenig lichaam, speciaal tot kinderbescherming ingesteld, van de zaak in kennis stellen. Daarenboven is ook preventieve werking van de voorgestelde bepaling te verwachten.

Een algemeen of beperkt verbod van behandeling van minderjarigen aan ongediplomeerden is onnoodig te achten.

Tot uitbreiding der bepaling tot het in behandeling nemen van onder curateele gestelden, zijn geen termen aanwezig geoordeeld: deze personen zijn toch vrij in de keuze van de in te roepen 'geneeskundige hulp.

Art. 17e. — Zooals hierboven bij de schets van den hoofdinhoud van het ontwerp is gezegd, is bepaaldelijk overwogen, In hoeverre de noodzakelijkheid bestond in eenig opzicht uitbreiding te geven aan de strafbepalingen tegen het veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel door schuld, de artt. 307 en 308. Strafwetboek. Het daarop gegeven antwoord moge in hetgeen hier volgt toelichting vinden.

Voor de toepasselijkheid van deze artikelen is allereerst

Sluiten