Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noodig, dat de handeling of het nalaten als de oorzaak van den dgod of het letsel kan worden beschouwd. Bij die beslissing is natuurlijk van belang welke causalitedtstheorie wordt gehuldigd. Aanvaardt men de in Duitschland door het Reichsgericht gehuldigde leer, volgens welke elke voorwaarde, zonder welke het gevolg niet zou zijn ingetreden, als oorzaak mag gelden, de z.g.n. absolute causaliteitstheorie, dan zal het causaal verband kunnen worden aangenomen, waar dit anders zou moeten worden afgewezen. Voor ons recht kan niet worden gezegd, dat die aldus aangeduide leer als geldend wordt aangemerkt en is moeilijk te zeggen welke bepaalde opvatting in de praktijk geldt. Intusschen i3 toch niet gebleken, dat de toepassing eener beperkte causaliteitsleer tot bezwaren heeft gevoerd. De moeilijkheid zal practisch altijd wel' zijn het bewijzen van het feitelijk verband tusschen onvoorzichtigheid en gevolg. Deze moeilijkheid zal zich eventueel ook bij de vervolging van nietgediplomeerden voordoen en zal wel eens tot vrijspraak moeten voeren, waar veroordeeling gewenscht zou kunnen zijn. Doch eene dwingende reden om hier eene bijzondere wettelijke regeling uit te. lokken bestaat toch op dien grond niet. fsgpill

Moeilijker is de quaestie in verband met de voor de toepassing der artikelen gevorderde „schuld". Bekend is, dat de Hooge Baad onder „schuld" bij de misdrijven van het Strafwetboek vordert eene min of meer grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid of nalatigheid. (14 November 1887, W. 5509; 25 April 1916, W. 9970). Voor de aansprakelijkheid van dengene, die de geneeskunst uitoefent, is dus ook in beginsel eene zoodanige mate van onvoorzichtigheid vereischt. Nu heeft de vraag, wanneer de geneeskundige bij de uitoefening zijner taak voor de gevolgen van zijn handelen of nalaten mag worden aansprakelijk gesteld, tot veel verschil van gevoelen aanleiding gegeven. De Fransche doctrine en practijk neigt over het algemeen tot eene beperkte aansprakelijkheid; zij vordert: „une imprudence certaine, une négligence grave, une impéritie inexcusable": zij heeft naar de uitspraak van Gargon (aant. 192 op de artt. 319 en 320) „restreint cette responsabilité dans les limites les plus étroites ; le médecin ne se doit au malade qui 1'appelle que tel qu'il est". De in Duitschland gehuldigde opvatting legt een strengeren maatstaf aan; in de zaak, beslist door het Reichsgericht bij arrest van 3 Juli 1884, Rechtsprechung dl. 6. blz. 505, werd aangenomen, dat schuld aanwezig is bij het niet toepassen eener behandeling, die geworden was tot een erkenden regel der geneeskunde en was zelfs beslist, dat de geneeskundige verplicht is, zich van die regels op de hoogte te houden, zoodat in de niettoepassing daarvan schuld gelegen is: In onze rechtspraak is eene bepaalde uitspraak op dit punt niet te vinden; de openbaar gemaakte uitspraken betreffende artt. 307 en 308 hebben betrekking op handelingen van aborteurs, niet op die van geneeskundigen. In de literatuur is de quaestie wel ter sprake gekomen en is de neiging merkbaar den geneeskundige aansprakelijk te stellen, die niet datgene doet, wat hij als goed geneeskundige verplicht zou zijn geweest te. doen. Men vgl. van Dam van Isselt, De strafrechtelijke aansprakelijkheid van den medicus, blzn. 65, 77, die vooral de theorie van Fransche schrijvers bespreekt en bestrijdt, en het in December 1908 aan de Nederlandsche Maatschappij voor Geneeskunde uitgebrachte rapport, opgenomen in Ned. Tijdschr. voor Geneeskunde 1909, Eerst© Helft n°. 2, blzn. 78—81. Belangrijk is ook de studie van Hector Treub, in 1908 verschenen over „De civielrechtelijke verantwoordelijkheid van den geneesheer". Daar wordt de aansprakelijkheid aangenomen voor zoogenaamde kunstfouten en op blz. 154 gesteld, dat de geneesheer dan een kunstfout begaat, wanneer hij niet weet, niet onderzoekt, niet doet of niet nalaat, wat goede medici in het algemeen onder dezelfde omstandigheden zouden weten, onderzoeken, doen of nalaten.

Sluiten