Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eindelijk, als de gloeiende bol der zon voor korten tijd geheel verdwenen is, staat het noorden toch nog geheel in vuur en verbleekt slechts even, om tegen het aanbreken van den dageraad des te levendiger op te vlammen. Aan den anderen kant, boven den toren des kloosterkoepels, was de maan opgekomen en stond daar comme un point sur un i, gelijk Alfred de Musset zingt.

Onder zulke omstandigheden is het naar bed gaan, eene zware taak. Wellicht hadde de eetlust ons naar het klooster terug kunnen drijven, maar met de wetenschap dat ook in dit opzicht daar niets bijzonders te vinden was, besloten wij den nacht onder den blooten hemel door te brengen. Om althans een troost voor de ontberingen te hebben — ik hoop lezer! dat gij het niet aan de monniken te Wallamo zult verklappen — werden wij heiligschenners. Een sigaar werd voor den dag gehaald en aangestoken. De rook steeg in blauwe wolkjes op, net alsof zij zich hier op haar gemak gevoelde. En wij, met het bewustzijn, dat allen aan wie zij ergernis zoude hebben kunnen geven, rustig sliepen, wij genoten de geurige havana met het genot van elke verboden vrucht. Nog nooit heb ik het zoo gewaardeerd rooker te zijn als dien nacht.

Den volgenden morgen namen wij afscheid van de monniken, die voor hunne gastvrijheid alle betaling weigerden. Zelfs de ons bedienende monnik wilde geen fooi aannemen. Bij het weder aan boord gaan, wilde ik nog een anderen monnik eenig geld geven. Hij vervulde de functiën van statisticus, en had reeds bij onze aankomst mijne aandacht getrokken. Met een rozenkrans in de handen, welken hij op zijn rug hield, telt hij sinds jaar en dag alle aankomenden en vertrekkenden. Zijn uiterlijk leverde een sprekend bewijs voor de theorie van Darwin en deed tegelijkertijd vermoeden, dat, mocht hij ook thans wellicht geheel onthouder zijn, er toch een tijd was dat de ,,wodka" hem goed moet hebben gesmaakt.

„Wel vadertje", zoo sprak ik hem aan, „ontglipt geen der

Sluiten