Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den grond hangende manen, bekijkt, en denkende in herri hare gading te vinden (hard behoeft het niet te gaan, als het maar goedkoop is) hem aanziet en zegt: ,,Kasanskaja, 20 kopeken."

Hij weet niet waar de Kasanskaja is, maar als bij instinct vermoedt hij dat het bod te laag zal zijn. Moedig zegt hij : „gaat u zitten. Voor 25 kopeken zal ik het doen". De overeenkomst is gesloten. Niet zonder moeite bestijgt het moedertje de droschke, en met eenen ruk aan den teugel wordt het oude paard tot voorwaarts gaan aangespoord.

Wanjka rijdt den verkeerden weg uit.

,, „Kasanskaja heb ik gezegd" ", schreeuwt zij achter zijn rug.

Hij houdt even stil. "Moet ik naar rechts of naar links ? "

„Maar, doerak (stommerik)! ben je iswoschtschik en ken je den weg niet? Omgedraaid, en dan naar links". Hij voldoet aan het bevel, vergist zich nog een paar maal in den weg, hetgeen hem eene niet minder scherpe berisping op den hals haalt, doch eindelijk na een half uur rijdens hoort hij ,,5/oï (sta stil) de deur links," en zij is waar zij wezen moet. (Het huisnummer geeft men hier nooit aan den huurkoetsier op. De passagier zelf moet precies weten waar hij wezen wil. De iswoschtschik behoeft alleen ongeveer de straat, de gracht of de buurt te weten. Velen zijn zóózeer analphabeten dat zij niet eens de cijfers van de nummers deihuizen kennen.)

Wanjka weet thans dat hij het oude vrouwtje veel te goedkoop heeft gereden, doch wat zal hij doen? Geheel te vergeefs heeft hij sedert zijne aankomst toch niet beproefd op de hoogte te komen van de verschillende kunstgrepen, die zijne makkers bij de hand hebben om er een schamel fooitje uit te halen. Zij geeft hem dertig kopeken, en wacht nu op den pjalatschok (koperstuk van 5 kopeken), dien hij haar terug moet geven. Hij ziet haar aan, alsof hij verwacht dat zij hem dit fooitje zal laten. ,,U moet er wat bij doen Barinja." (Hij meent bij de bedongen 25 kopeken).

Sluiten