Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na het paard te hebben gevoederd uit eenen zak dien hij bij zich heeft, kreeg hij weder eenen passagier, thans een heer. Toen deze was, waar hij zijn moest, had Wanjka in het geheel zeventig kopeken.

Den geheelen dag bleef hij op straat, haalde niet meer op dan rbl. i.85; en het gevolg daarvan was dat hij op stal komende eene berisping van den prikastschik (meesterknecht) kreeg, met de bedreiging dat hij zou worden weggejaagd als hij den volgenden dag niet het volle bedrag benevens de 40 kopeken welke hij heden schuldig was gebleven, tehuisbracht.

Den volgenden dag had hij meer geluk. Hij had eenen heer gereden, die hem bij het uur voor 60 kopeken had aangenomen, en na een eind weegs had doen stil houden, om hem met een paar harde woorden aan het adres van zijnen rossinant toch maar voor het volle uur te betalen. Van eenen anderen passagier kreeg hij een fooitje, en zoo werd hij in staat gesteld zijne schuld te betalen aan den chasain en nog dertig kopeken voor zich zelf over te houden

Langzamerhand leerde hij den weg kennen en tevens zijne menschen. De baas gaf hem een paar betere paarden, die hard loopen konden, als Wanjka het wilde. Wenschte b. v. een eenvoudige moesjiek van zijne diensten gebruik te maken, dan reed hij dezen den zelfden weg voor 20 kopeken, waarvoor een heer met eenen hoogen hoed 40 moest geven. De eerste reed altijd langzaam, de laatste alleen hard, indien hij gaf wat Wanjka verlangde of bij het instappen in het geheel geen prijs bedong, hetgeen evenwel slechts bij uitzondering geschiedde, doch altijd in het woordeel van Wanjka uitviel. ,,Die het hebben, mogen niet karig zijn" dacht hij.

Inden loop van eenige maanden had hij reeds eenige spaarpenningen bijeen. Hij zond ze tegen den oogsttijd naar huis en begon nu opnieuw te sparen; somtijds kon hij slechts 5 kopeken in het oude zakje doen, dat hem tot brandkast diende en dat hij steeds bij zich droeg, bij voorkeur in één zijner laarzenschachten, doch er waren ook dagen dat hij een „papiertje" (geliefkoosde term van het volk voor een roebelbiljet) kon overleggen.

Sluiten