Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

midden onder de voorstelling een garde-officier uit de komedie komt en blijkbaar eenen isivoschtschik zoekt. Dat is zijne gading. Een ruk aan den teugel. Wanjka staat reeds vóór de deur van den schouwburg.

„Waarheen beveelt uwe hoogheid te rijden?"

„Naar Arkadia (een restaurant buiten St. Petersburg); als ge hard rijdt, krijgt ge vijf roebel".

Wanjka is reeds op weg. Beurtelings liefkoost en bromt hij tegen zijn paard. „Als er wat te verdienen valt, dan moet ge loopen of anders krijgt ge er van langs, mijn duifje", mompelt hij nu eens, dan weer heet het „duifje" van zooeven een „vervl. . kte hond!" die de zweep verdient. Zoodra de slag is toegediend, wordt die evenwel dadelijk weder weggestopt, want een Russische koetsier schaamt zich steeds over zijne zweep. En daar gaat het er van door. Van eenen isivoschtschik heeft de officier geen snelleren gang kunnen verwachten, en als hij, na binnen het half uur vóór Arkadia te zijn aangekomen, uitstapt, en Wanjka een biljet van 5 roebel geeft, bedankt deze hem met eenen vloed van titels als: „Uwe Hoogheid", „Excellentie" enz. Hiervandaan, zoo meent hij, zal nog wel iemand naar de stad te rijden zijn, en in afwachting van eenen passagier is hij weder van plan wat te rusten.

Maar, terwijl hij zich gereedmaakt het kleed van de slede als deken te gebruiken, valt zijn oog bij het schijnsel van een lantaarn op een papiertje dat in den bak van de slede op den grond ligt. Hij raapt het op, kan zijn oogen niet gelooven, zegtbrrr! tegen zijn paard dat niet wil stil staan, frommelt, bekijkt het papiertje, ja wel, er valt niet aan te twijfelen het is een biljet met de zeven kleuren van den regenboog, groot honderd roebel!

Wanjka weet niet wat hij doen zal. Wegrijden? Wat nood, de officier heeft immers natuurlijk, in zijn pels gedoken, niet gekeken naar het nummer der slede. Hij laat zijn paard reeds eenige stappen doen, doch dan keert hij om. Het geld behoort hem niet; de eerlijkheid gebiedt hem te wachten;

Sluiten