Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KEIZERSDAGEN-

St. Petersburg, g Juli. 1888.

Statig lagen zij daar naast elkander geschaard, de Russische oorlogsschepen, een goede dertig in getal. Van de handelshaven van Kroonstad tot aan den ingang van het nieuwe zeekanaal, ging de rij van monitors, korvetten, torpedoschepen, fregatten en Keizerlijke jachten. Het nationale wit-blauw-rood in den mast, het dek geboend, het metaalwerk blinkend, de uniform der matrozen hagelwit, alles helder en schoon : men zag het den schepen aan, dat er eene gewichtige gebeurtenis op til was.

De heerlijke zomerzon lachte met haren besten lach, zij koesterde met hare, door eene zachte koelte getemperde, warmte de blauwe golven van den Finschen bocht, de heuvelen van Oraniénbaum en Strelna, het groen der Parken van Peterhof en de Finsche kusten; zij wilde, met éen woord, den Duitschen Keizer St. Petersburg en omstreken in het schoonste daglicht vertoonen. Het was een heerlijke dag: een goed omen.

En hij kwam de Duitsche Keizer. Tegen 2 uur ontdekte men overal aan boord van de talrijke stoombooten, die zijne komst afwachtten, een dikke rookwolk in het westen. Zegt men aan land : geen rook zonder vuur, op zee heet het: geen rook zonder schip. Langzamerhand komen uit dien zwarten nevel dan ook masten te voorschijn, vervolgens is het mogelijk de schepen zeiven te onderscheiden, men kan ze reeds tellen : in het geheel zijn er tien. Het jacht „Hohenzollern" aan boord waarvan de Keizer zich bevindt en met het aviso „Blitz" aan stuurboordzijde, wordt rechts en links geflankeerd door vier schepen ; al duidelijker en duidelijker worden zij, eindelijk naderen zij Kroonstad. De saluutschoten branden

Sluiten