Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wegen van verkeer. Ook de Russische vloot, die aan de noordoostkust is gestationeerd, is verre van in voldoenden toestand te verkeeren.

Voor zoover een oordeel daarover thans reeds gevormd kan worden, schijnt het Abongoolsche ras, hetwelk zich reeds thans in alle werelddeelen, met uitzondering van Europa, met eene buitengewone taaiheid zoekt te nestelen, een dreigend gevaar voor Siberië, voor Rusland en zelfs voor ons geheele werelddeel te kunnen worden. Het oogenblik waarop dit gevaar, althans voor de Russische koloniën, aanbreken kan, mag wellicht eerder bij tientallen van jaren, dan bij eeuwen worden berekend. Om dit onheil af te wenden, schijnt er voor Rusland slechts één middel te bestaan, nl. in den kortst mogelijken tijd te trachten dat het moederland en de koloniën op den zelfden trap van beschaving en ontwikkeling komen als de overige landen van Europa. Zoodra Siberië uit het moederland werkelijk kan worden bevolkt, niet op enkele punten en door het schuim der natie, maar over het algemeen door een voldoend aantal lieden, ontwikkeld genoeg om te kunnen en te willen werken, dan zal de dam sterk genoeg zijn om den Chineeschen menschenstroom tegen te houden. Het ongeschiktste middel om dat doel te bereiken is wel de tegenwoordig heerschende neiging om alles wat buitenlandsch is te weren. Als de panslavisten met hunne utopiën gelooven het alleen klaar te kunnen spelen, Rusland mettertijd op gelijken voet, althansop gelijke kracht, met het overig Europa te brengen, in het bijzonder wat betreft het in het leven roepen van een krachtigen en arbeidzamen middenstand, dan vergeten zij dat het Czarenrijk vele eeuwen heeft in te halen. De verloren tijd kan niet worden teruggewonnen dan door ruimschoots buitenlandsche elementen op te nemen, die voorzeker de vruchten zullen willen plukken van hunnen arbeid op Russischen bodem, maar dan ook tegelijkertijd hunne geestkracht, spaarzaamheid en zucht tot orde zullen mededeelen aan het Russische volk, dat zoowel het een als het ander broodnoodig heeft voor den bloei èn van het moederland èn van de koloniën.

Sluiten