Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er is plaats voor 5 a 6 personen, bereid om het gevaarte te helpen voortduwen, als dit noodig is. Het is nog log: ras, dwa, tri, allen te gelijk : één stoot, ras diva tri, nog een stoot, daar komt het van zijne plaats, het glijdt reeds, maar de zeilen vangen nog geen wind, doch langzamerhand wordt het duwen gemakkelijker, de stuurman — een liefhebber, gewoonlijk de eigenaar van de ijsboot — heeft reeds het roer in de hand, daar wendt hij het, daar zwelt het zeil, ,,spring er in", de eene passagier na de andere vleit zich neder, en daar vliegt men over de groote ijsvlakte van de Newa-golf.

„Zich nedervleien" is misschien wat euphemistisch gezegd, want de planken zijn hard, en alles wat de vaart kan tegen houden ontbreekt, zoodat men zich achter niets beschutten kan tegen den feilen wind. Het beste is zich plat neder te leggen, als het kan, met den rug naar den boeg.

De boot snelt over het ijs, zonder wrijving waar het glad is, stommelend en rommelend waar zij over oneffenheden gaat. Naarmate de wind sterker wordt, gaat het harder, en worden de schokken grooter waar het ijs hobbelig of gebarsten is. De tocht is niet zoo gevaarlijk als het schijnt. Het eenige gevaar leveren de barsten op: raakt ééne der schaatsen van de ijsboot daarin gevangen, dan blijft er waarschijnlijk niet veel over van de boot en evenmin van de passagiers. De stuurman heeft mitsdien te zorgen dat de boot rechthoekig over de spleten vliegt. Bij zulke gelegenheden roept hij ,,hold on" opdat de passagiers voorbereid zijn op den schok, en zich vasthouden om niet over boord te worden geworpen.

Aldus legt men bij gunstigen wind 5o kilometer per uur af. De overtocht van de stad naar Oraniënbaum, die in den zomer per stoomboot anderhalf uur duurt, geschiedt per ijsboot in ongeveer 35 minuten.

Midden op de groote ijsvlakte staat de „kabak" (letterlijk: kroeg) die als halfweg beschouwd wordt tusschen Oraniënbaum en Kroonstad eenerzijds, en St. Petersburg ander-

Sluiten