Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan te moedigen. Deze laten zich nu ook niet lang wachten.

Vallen en opstaan is nu aan de orde. Hoe meer heuvels bestegen en afgegleden worden, hoe meer de touwtjes te pas komen die Alexeï ons heeft medegegeven. De gezonde beweging schildert rozen op de wangen, doch er is ook eene keerzijde der medaille. Ik bedoel het volgende: Eene deidames is herhaalde malen in de sneeuw terecht gekomen. Telkens is er den eenig oponthoud. Op eene plaats aangekomen, waar de snerpende wind geheel vrij spel heeft, valt zij weder, en klaagt dan over pijn in de hand.

„Pas op voor het bevriezen", zegt er een.

„Het is reeds beter". Doch als haar een oogenblik later gevraagd wordt, hoe het met de hand gaat, en zij antwoordt dat zij er geen gevoel meer in heeft, raadt men haar aan den handschoen uit te trekken. De hand blijkt bevroren te zijn en is geheel wit. Dan volgt er eene pijnlijke operatie. Het eenige middel om in bevroren ledematen het leven te doen terugkeeren is het warm wrijven met sneeuw. Zcodra echter de bloedsomloop zich begint te herstellen, is de pijn letterlijk onuitstaanbaar. De heelmeester mag zich echter daaraan niet storen, maar moet voortgaan met wrijven totdat het lichaamsdeel weder geheel in normalen toestand is. Dan is echter ook alle gevaar voorbij.

In den namiddag tegen vier uur, bij het terugrijden naar de stad, is de maan reeds opgekomen, doch haar licht verbleekt voor de ondergaande zon, die hare laatste stralen op het winterlandschap werpt. Eene ademlooze stilte heerscht er in de geheele natuur. Hier en daar zien wij eene hut, wit en glinsterend, een enkelen boom met geen ander loof dan de zilveren sneeuw en over den weg snellen onze troika's. De jemtschik bromt wat harder tegen zijne paarden in de hoop eene goede fooi te krijgen.

Behoef ik hier nog bij te voegen dat na zulk een dag het middagmaal heerlijk smaakt en het koesterende haardvuur als een magneet werkt?

Sluiten