Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in AA est-Europa zich ook niet afschrikken, om in Perzië handelsverbindingen aan te knoopen, „omdat men tegen Rusland toch niet kan opwerken".

NASR ED-DIN.

Den Haag, i5 Juni iSSg.

Nasr ed-din, Shah (koning) Padishah (beschermer en koning) Alahezret schahinschah (majesteit en koning der koningen), Gaebleh alem („punt, naar hetwelk de wereld overhelt") zoon van Mehmed shah, kleinzoon van Abbas Miqa, achterkleinzoon van Feth Ali shah, uit den TurkschTartaarschen stam der Kadscharen, besteeg in 1848 op iSjarigen leeftijd den troon van Perzië.

Hij werd geboren in een dorp bij Tabriz. Zijne moeder, eene der vier wettige vrouwen van Mehmed Shah, heette Maedeh Alia, en was de dochter van den Kadscharen hoofdman Kasem Chan. De genegenheid van den vorigen shah voor de eerste vrouw, die hem eenen zoon schonk, duurde niet lang, de Kadscharendochter viel in ongenade, en de opvoeding van Nasr ed-din werd in alle opzichten verwaarloosd. De positie van den zoon is in het „land der zon" afhankelijk van die zijner moeder, ook al is hij de kroonprins. Bijna nooit werd hij toegelaten bij zijnen vader, en, als dit gebeurde, dan moest hij dulden dat hem eene lagere plaats werd gegeven dan aan zijnen jongeren broeder Abbas Mirza (zoon van eene andere vrouw als Maedeh Alia) en aan een zekeren prins Ilchani, den zoon van ééne der andere echtgenooten van Mehmed Shah.

Destijds nog linksch en onbeholpen in zijne bewegingen en achterlijk naar den geest, werd Nasr ed-din op zijn 14de jaar met zijne moeder naar Tabriz gezonden, in naam als

31

Sluiten