Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral grijpen zij die gelegenheden aan, indien zij vermoeden dat de opofferingen die zij zich getroosten, zullen worden erkend in klinkende munt. In de eerste plaats wachten zij met den Ketchoda (den eerste der gemeente) aan het hoofd den vreemdeling van rang een eind weegs buiten het dorp op en begeleiden hem tot de plaats waar hij afstapt. Achten kij hem zeer hoog, dan zullen zij een geslacht lam vóór zijne voeten leggen, en wel zóó dat hij tusschen het hoofd en den romp van het dier zijnen weg moet nemen. Bij aankomst in de kamer van het huis waar hij binnen treedt, vindt hij suikerbroodjes en pakjes thee, alsmede vruchten in bakken op den grond geplaatst. Hoe aanzienlijker de gast, hoe

grooter het aantal bakken en tevens hoe hooger de

gespannen verwachtingen omtrent het tegengeschenk in geld.

Te Mendsjil vooral beijveren zich de bewoners om in dit opzicht ,,'s lands wijs, 's lands eer" in toepassing te brengen. Misschien worden zij meer verwend dan de bewoners van andere dorpen, omdat de reiziger bij zijn tegengeschenk aldaar, ook ongedwongen een soort van offer brengt voor zijne behouden aankomst na dien moeilijken weg. Intusschen, indien hij gelooven mocht dat het ergste achter den rug is, dan kan het vervolg der reis nog teleurstellingen baren.

Bij de brug te Mendsjil zijn de Schahroed en de Kisil Ovzen te zamen gevloeid, om, onder den naam van Sefidroed, naar de Kaspische zee te ruischen. Van het schamele dorp Mendsjil gaat de weg door eene vallei, welke door de Schahroed besproeid wordt. Het klimaat is hier natuurlijk veel zachter dan hoog op de bergen, en aldus wordt de vallei in den winter bezocht door de Iliats (Nomaden).

Na vier farsachs afgelegd te hebben over de bergen, een rit die intusschen veel minder gevaarlijk is dan die van Roestemabad naar Mendsjil, bereikt men het dorp Pa-itschinar (Platanenvoet), waar het oog in den zomer met welgevallen rust op den weelderigen plantengroei, die het dorp tot eene oase in het bergland maakt.

Ikheb gezegd dat de reiziger die, op weg van Rescht naar

Sluiten