Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten aanschouwe van iedereen. Als het waait, vliegt de stof in het deeg, maar daarop wordt niet gelet. Het brood („nan", in den volksmond uitgesproken als „noen"), wordt gemaakt van tarwemeel. Het „nan" is zeer dun en wordt verkocht in plakken van anderhalven meter lengte en een halven meter breedte. Het is gemakkelijk te rollen en wordt dan ook niet alleen gegeten, doch tevens voor verschillende andere doeleinden gebruikt. Op reis worden de provisiën in brood verpakt, daaromheen wordt een linnen doek geslagen. Bij het gemis van lepel, mes en vork, mengt de Pers zijne soep met zóóveel brood, dat hij alles door elkander met zijne vingers kan eten; op het brood worden, bij wijze van bord, vleesch en andere spijze gelegd; ook wischt hij zich met brood den mond af.

De wijze waarop in Perzie met het brood wordt omgegaan, stuit den Europeaan bijzonder tegen de borst. De Pers beschouwt de rechterhand, waarmede hij niets vuils aanraakt, als geheel rein. Intusschen, behalve in het bad dat hij wellicht eens per week neemt, heeft hij niet de gewoonte zich grondig te wasschen. Het is derhalve gemakkelijk to begrijpen, dat het den Europeaan niet aangenaam is, indien zijn knecht het brood steeds met de hand aanvat. Dit is echter wat men ziet*, wat men niet altijd ziet, is de wijze waarop het brood door allerlei lieden, van den bakker tot aan den kok, wordt behandeld, en waarover ik maar liever niet wil uitweiden.

Sedert eenige jaren wordt ook Europeesch brood te Teheran gebakken, en dit is over het algemeen vrij goed.

De meest merkwaardige typen in Teheran zijn de derwischen. In de Europeesche wijk te Teheran treft men er vele aan. Zij verachten alles wat op de meest primitieve geriefelijkheid gelijkt, behalve het middel om deze te verkrijgen, nl. geld. Half naakt en zonder huisvesting, maken zij het iederen voorbijganger lastig door hun gebedel. Hun bedelzak is eene schaal der kokosnoot, met een kettinkje om den arm gehangen. Zij roopen: „Ja Ali", (o Ali!) of „Ja hak (o

Sluiten