Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN HET GEBIED VAN DEN DEMAVEND.

Teheran, October i8gi.

Hoe bereisd de toerist, die Teheran bezoekt, ook moge wezen, welke indrukken latere tochten hem ook mogen geven, hij zal van de Perzische hoofdstad zeker ééne herinnering medenemen, die onuitwischbaar is: den blik namelijk op den Demavend.

Wie te Teheran woont, beschouwt den berg als een vriend. Het is een voorwerp van dagelijksche belangstelling, een raadgever voor de te verwachten weersgesteldheid, eene voortdurende vingerwijzing naar het excelsior dat in ons leeft; men.gaat met hem om, zoekt hem als hij in nevelen is gehuld, en bewondert hem zoolang hij zichtbaar is.

Als men zich des zomers, om de hitte te vermijden, vóór dag en dauw op weg begeeft, vertoont de dageraad zich het eerst op de kruin van den Demavend. Des winters glinstert zijn hermelijnen mantel in de stralen der ondergaande zon nog langen tijd, nadat het beneden aan zijnen voet reeds donker is geworden.

Het is eene stoutmoedige pen die het waagt de heerlijke tinten te beschrijven, van lichtrood tot purper, van citroengeel tot oranje, welke den hoogsten berg van Midden-Azië — één van de hoogste der wereld, — kleuren, van het oogenblik dat de sterren beginnen te verbleeken tot dat zij zich weder vertoonen.

De Pers heeft weinig oog voor natuurschoon. Hij zoekt in de vlakte of op de bergen eene vlietende beek, die frischheid aanbrengt en schaduwrijk geboomte, waaronder hij zich kan nederleggen. Hij is over het algemeen weinig tot bewondering geneigd ; toont dit althans zoo min mogelijk, en eene ondergaande zon, het morgenrood, een grootsch

Sluiten