Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wereld buiten het Laardal haren gewonen loop vervolgt.

Van het Laardal komt men na een rit van vijf uren in het dorp Reneh, dat aan den voet van den Demavend ligt.

De weg naar Reneh gaat door eene kleine rivier, wier bedding kalkhoudend is, tengevolge waarvan het water eene witte kleur heeft. De rivier draagt dan ook den naam van Ab Sefied (wit water). Zij mondt uit, evenals de eenigszins verder gelegen rivier Delitschaï, in de Laar, die bij de lagunen van Meshed-i-Sar zich in de Kaspische zee stort.

Overal herkent men hier den vulkanischen bodem. Men gaat door lavavelden. De bronnen van den Ab Sefied hebben eene versteenende kracht ; dicht daarbij is ook eene bron wier dampen elk levend wezen dooden. In hare nabijheid liggen altijd eenige gestorven honden, vogels, vossen enz. Reeds ontmoet men zwavelbeddingen, die op den Demavend zeiven zeer talrijk zijn.

Bij het verlaten van het Laardal, gaat men noordwaarts ,op naar het dorp Reneh, over een pad van rotsblokken dat zich twee honderd kilometer ver uitstrekt, n.1. van Meshedi-Sar aan de Kaspische zee tot aan het dorp Boemeïne, acht farsachs van Teheran. Dit pad gelieft men een „straatweg" te noemen. Het werd een twintigtal jaren geleden aangelegd door Gasteiger Khan (een Oostenrijksch ingenieur in Perzischen dienst). Hoe deze weg er ook bij den aanleg moge hebben uitgezien, tegenwoordig verkeert hij in eenen toestand, die elke poging om er eene beschrijving van te geven hopeloos maakt. Men moet gezien en gevoeld hebben, hoe het lastdier tusschen de diepe gaten en scherpe punten der rotsblokken zijnen weg zoekt, om zich eene voorstelling van deze ,,chaussée" te kunnen maken.

Over duizelingwekkende hoogten komt men eindelijk aan het dorp Reneh. Nog elf duizend voet hooger, en de hoogste top van den Elboerketen is bereikt.

In het algemeen wordt de hoogte van den Demavend aangegeven als 21000 voet. Onderscheidene wetenschappelijke reizigers, die getracht hebben het cijfer met juistheid

Sluiten