Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ceylon is eene „Crowncolony". Wellicht is het daaraan toe te schrijven, dat er minder energisch wordt gearbeid aan de ontwikkeling van het eiland dan in andere Britsche koloniën.

De gouverneur, die een jaarlijksch salaris van 80,000 rupies geniet en voor vele jaren wordt benoemd, heeft van zijn beheer aan niemand verantwoording af te leggen als aan het Colonial office te Londen, en Downingstreet is ver weg. De aanplant van koffie heeft geheel opgehouden; veel moeite geeft men zich daarentegen voor thee-cultuur. Kaneel is als voorheen een belangrijk exportartikel. De paarlvisscherij levert niets meer op, en rijst wordt ingevoerd. Het aantal inwoners is drie millioen, waarvan tweederden Buddhistische Singaleezen zijn en één millioen Tamilen, die tot de Brahmanen behooren. Er zijn ruim driehonderd duizend Christenen, waarvan 240,000 Roomsch-Katholieken en 70,000 Protestanten.

Men vergelijkt Ceylon met Corfu en met Sicilië en zegt dat het het schoonste is van de drie. Wij mogen er Java bij voegen en dan beweren dat aan onze bezitting de eerepalm toekomt.

Daarmede troost ik mij als wij Colombo achter ons laten. Het eiland is een stuk onzer geschiedenis die wij eeren, doch onze toekomst ligt vóóruit, naar Nederlandschlndië, dat wij trachten te toonen, dat wij gullen toonen ten volle te verdienen. Zeker, in het algemeen is een volk dat zijn verleden niet eert zijne toekomst niet waard, doch voor ons Nederlanders moet er een nog schooner devies op het banier prijken: het devies van: „Arbeidt voor de toekomst om u niet te moeten schamen over het verleden."

Met Ceylon achter en met Java vóór den boeg roep ik den Hollandschen jongen toe: Richt den blik naar ons Rijk in Indië, daar ligt uwe kracht, daar is onze grootheid, daar verliest gij het gevoel von benepenheid, dat u thans benauwt, beklemt, beëngt; daar worden uwe gedachten breed en, indien het graf van één uwer op Ceylon gebleven voorvaderen

Sluiten