Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mantsjoerije steekt dus als een wig in het Russisch verre Oosten.

Onze kennis van het land, ofschoon belangrijk vooruitgegaan in de laatste dertig jaren, is nog steeds vrij vaag. Bekend is intusschen dat er vele wouden zijn met een uitgebreide fauna, dat het in de talrijke rivieren een grooten vischrijkdom bezit, dat er aan de kusten paarlvisscherij wordt gedreven, dat er goud wordt gewonnen en dat er tarwe, gerst, maïs, gierst, boekweit, tabak en opium wordt voortgebracht.

De bevolking wordt geschat op twaalf millioen zielen. Men onderscheidt: Mantsjoe's, Chineezen, Boeriaten en eenige andere volksstammen.

Tsitsihar, Hulanchen en Inguta zijn de voorname stations van den ,,Chineeschen-Oostspoorweg." De beide laatstgenoemde steden liggen in het gebied der rivier Sungari, een zijtak van de Amoer. In dat gebied zijn twee en een half millioen Chineezen, wier aantal wassende is. De invoer bestaat er uit manufacturen en huishoudelijke artikelen, de export uit opium, tabak, wol, vilt, pelswerk en plantaardige oliën. In 180 werd vervoerd uit Mantsjoerije naar de hoofdstad der Amoer-provincie : Blagowjestschensk voor eene waarde van anderhalf millioen roebel (tarwe, vee, landbouw-producten en brandewijn), uit de Amoerprovincie ging naar Mantsjoerije voor eene waarde van 96,000 roebel (artikelen van metaal, petroleum en kaarsen.)

Met het Russisch Oussourigebied drijft Mantsjoerije handel voor eene waarde van drie millioen roebel jaarlijks, nagenoeg gelijkelijk verdeeld tusschen in en uitvoer. De invoer van Chineesche, Russische en andere Europeesche goederen, heeft plaats over Wladiwostok.

„All its commerce is a tribute to the god of battles" schreef in 1894 een Engelsch journalist over laatstgenoemde haven. Intusschen wordt er aan handelswaren omgezet jaarlijks voor 47 millioen roebels. De invoer heeft plaats voornamelijk onder Duitsche vlag.

Sluiten