Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verraderlijk; wee den Europeaan die zijn hoofd niet behoorlijk beschermt.

Is de lucht bewolkt dan is de temperatuur die van een broeikas. Alles is klam, vochtig, visschig en loodzwaar drukt de lucht. De dikke stadsmuren ondervangen het briesje, hetwelk van buiten af eenige verfrissching zou kunnen brengen Onweders, vergezeld van tropische regens volgen elkander op zonder verkwikking aan te brengen; geheele stadswijken staan onder water en als het vocht verdampt of in den grond trekt, is de atmosfeer bezwangerd, erger dan ooit, met de afschuweli|kste uitwasemingen.

Den Chinees, die, bijna naakt, zijn dagelijkschen arbeid verricht, die zijn kaal geschoren hoofd nauwelijks nu en dan met zijn waaier bedekt, deert dit alles niets. Buitengewone hitte en buitengewone koude hebben op hem geen invloed, misschien omdat, indien hij zenuwen mocht bezitten, deze van staal moeten zijn.

Moest ik uit het bekende werk „Chinese characteristics» een hoofdstuk kiezen, hetwelk het allerbeste den Chinees schil den, zonder aarzelen zou door mij de vinger worden geleed op Chapter XI, getiteld „The absense of nerves." Hij, die dat hoofdstuk van buiten kent, is op weg den Chinees van Noord tot van Zuid te begrijpen, omdat het leert dat, van alle Aziaten, John Chinaman de meest phlegmatieke is.

Eer der merkwaardigste gevolgen van die zenuwloosheid is dat de Chinees, onder welke omstandigheden ook, kan slapen. „Het zou gemakkelijk zijn," zegt de schrijver van gemeld werk, „in China een leger saam te stellen van een millioen menschen, ja van tien millioen, wier bekwaamheid, bij vergelijkend examen, bewezen was om in te slapen dwars over drie kruiwagens liggend, met het hoofd naar beneden, als een spin, met den mond wijd open en een vlieg er in."

Dit talent, deze kracht om in te sluimeren bemoeilijkt wellicht meer dan welke andere oorzaak, het leven van den Europeaan te Peking, die onder de Chineezen moet wonen, in tegenstelling van zijne gelukkiger rasgenooten

Sluiten