Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch een Chineeschen duivel dóórwiegt in zijnen rustigen slaap en hem de liefelijkste droombeelden voor den geest toovert.

Na ongeveer een half uur houdt de muziek op; de artisten zijn dan moede. Zij zal weer aanvangen als de klok het volle uur wijst. Nu doet gij de meest energieke pogingen tot de grootst mogelijke passiviteit om, gebruik makende van de pauze, onder zeil te gaan.

Doch daar komt een groote nachtvlinder het raam ingevlogen. In de duisternis stoot hij zich aan de muren, aau alle voorwerpen en heeft blijkbaar de opening vergeten, welke hem toegang verschafte. De muggen gonzen om het muskietennet, elke uitval is een waagstuk: en, de belegerde blijft in de vesting en laat fladderen wat fladdert, al ware het ook een vleer-

muis.

Intusschen is het oogenblik aangebroken voor de ronde van de publieke nachtwacht. Zij bestaat uit twee leden, die elkander de repliek geven. Het eene lid laat op een trom een dof beroem, beroem, beroem, beroem dreunen, het andere slaat op een paar metalen bekkens hetzelfde refrein : tsching, tsching, tsching, tsching. Deze waardigheidbekleeders ontmoeten een gewonen klepperman, die met geraas een instrument beweegt, hetwelk den indruk maakt van een grooten rammelaar of van een metalen bus met stokjes gevuld.

Het rythmus is rom, rom, rom, rom, rom, (5 maal), rom, rom, rom,(3 maal), rom, rom, rom, rom(4 maal) en dan

weer van voren af aan.

Naar mate middernacht nadert, vermeerdert het aantal geluiden: Een straathond slaat aan, een tweede keffer valt in, de derde laat niet op zich wachten en eindelijk wordt alles overstemd door het geblaf; op de hoeken der straten staan wachten die elkander met zoo hoog mogelijke stem toegillen dat alles veilig is; den geheelen nacht bieden venters luidkeels hunne waren te koop aan; hier zingt een wandelaar, daar begint men in het holst van den nacht midden op straat vuurwerk af te steken, aan welks geknal ge en

Sluiten