Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Facultatieve maatregel tot bevordering der aanneming van aspirant-onderofficieren.

8 29. Wanneer het blijken mocht dat zich te weinig geschikte personen aanmelden voor de loopbaan van beroepsonderofficier, zal het overweging verdienen een school tot opleiding van jonge lieden op te richten, aan welke school de bestemming ware te geven van een voorbereiding voor het toelatingsexamen van aspirant-onderofficier.

Op het voetspoor van de bepalingen thans voor de instructieinrichtingen geldende zou men voor 15 jarigen een dienstneming aan deze school kunnen openstellen, en er een tweejarigen cursus van kunnen maken, met bepaling dat 16 jarigen ook tot de tweede jaarklasse kunnen worden toegelaten indien zij daarvoor bij een af te nemen examen geschikt blijken.

Aangezien aan de leerlingen dezer school door den Staat belangrijk meer kosten zouden worden besteed dan aan andere aspiranten, zal eerst bij dringende omstandigheden tot deze opleiding moeten besloten worden. Het eerste verband der leerlingen zal voor 8 resp. 7 jaar moeten worden aangegaan.

Uiteraard zal eerst aan het einde van deze voorbereidende opleiding de keuze van het wapen moeten plaats hebben.

Het bereiken van den officiersrang.

§ 30. De Commissie vestigt er de aandacht op, dat de voorgestelde beginselen omtrent de aanneming en opleiding van aspirant-onderofficieren het bereiken van den officiersrang bij het wapen der infanterie en bij de militaire administratie van aspiranten, die met dat doel dienst nemen, bemoeilijken zullen. Wanneer eerst op den leeftijd van ten minste twintig jaren de sergeantsrang wordt verkregen, zullen deze aspiranten gemiddeld veel later officier worden dan nu het geval is. Zij zullen dientengevolge achter staan bij officieren die aan de Koninklijke Militaire Academie zijn opgeleid. Aan de andere zijde rijst de vraag of de opleiding aan de kaderscholen tot sergeant voor toekomstige officieren wel voldoende nut kan opleveren. Vermoedelijk zal hun kennis en ontwikkeling doorgaans meer omvatten dan het wetenschappelijk gedeelte van het leerplan aan de kaderscholen.

Zoolang er vrijwilligers op den thans bestaanden voet worden aangenomen zal men voor hen in billijkheid de gelegenheid moeten openlaten om naar een opleiding tot officier der infanterie of bij de militaire administratie mede te dingen. Maar zepdra de aanneming van de hier bedoelde vrijwilligers op den thans bestaanden voet opgeheven wordt en door een aanneming van aspirant-onderofficieren zal zijn vervangen, moet daarnaast ook de mogelijkheid van het verkrijgen van officieren uit den troep nader worden geregeld. Dit klemt omdat die categorie tot dusverre de eenige bron is tot aanvulling van de officieren der militaire administratie.

Ten deze zij verwezen naar het verslag van de Staatscommissie voor de reorganisatie van het militair onderwijs bij de landmacht van 31 October 1913.

Sluiten