Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geschiedenis,

Meetkunde,

Stelkunde,

Rekenkunde,

Natuurkunde,

Scheikunde,

Staathuishoudkunde,

Paedagogiek,

Militair strafrecht,

Anatomie en gezondheidsleer,

Voedingsleer,

Eerste hulp bij ongelukken,

Fransche taal ) „ . . . , ,

^ , , ~~., § Voor xoover daaraan behoefte bestaat, lijnde het volgen llngelsche taal > van het onderwijs in één dezer talen voor de leerlingen

Duitsche taal. ) *•*«"••-*■.

§ 38. De verdeeling van de wetenschappelijke leerstof over de beide verblijfperioden, zoomede de eischen van overgang naar de hoogste klasse, zullen voor elke school, in verband met de overige eischen der opleidingen, door den Inspecteur van het Militair Onderwijs geregeld worden en, in verband met de ervaringen, allengs moeten worden vastgesteld.

Overigens zullen de leerplannen der scholen zich moeten regelen naar de uiteenloopende vakeischen, aan welke de onderofficieren der wapens moeten beantwoorden. Dit is ook het geval met de indeelingen in practisch en theoretisch onderricht, vermits er vooral in de techniek meerdere onderwerpen zijn, die uitsluitend practisch en soms alleen in den troep kunnen onderwezen worden.

In tegenstelling met het leerplan, dat voor de onderscheidene scholen zal moeten verschillen, zal het reglement voor den dienst van alle kaderscholen in beginsel gelijkluidend kunnen zijn.

§ 39. Een minderheid der Commissie heeft aanteekening verzocht van haar gevoelen, dat aan de paedagogiek als leervak geen hooge waarde kan worden toegekend als het geheel losgemaakt zou zijn van de godsdienstige beginselen, die aan elke goede opvoedkunde ten grondslag liggen.

De meerderheid acht het leervak van groot nut als het in den vorm gegeven wordt van opwekkende voordrachten door een daartoe bekwaam leeraar. Deze zou over vaderlandsliefde, gehechtheid aan de dynastie, maatschappelijke orde, krijgstucht, enz. moeten spreken en over onderwerpen als' deugd, moed, opofferingsgezindheid, eerlijkheid, waarheidsliefde, enz.

Het werd door de meerderheid alleszins mogelijk geacht dit zóó te doen dat het van groot nut zou zijn en onder aller instemming zou plaats hebben.

Het religieuse element zou aan de personen overgelaten kunnen blijven, die uit roeping of krachtens hun ambt met de godsdienstige verzorging der leerlingen belast zullen wezen.

De leden van Oosterom en van 't Walderveen verklaarden zich met de opneming van het leervak niet te kunnen vereenigen en hebben hun. standpunt in een nota, bij dit verslag gevoegd, uiteengezet. Zie Bijlage IH.

§ 40. De militaire leerstof, welke bij de kaderscholen moet worden onderwezen, zal voor alle scholen zoodanig over de beide opleidingsverblijven dienen verdeeld te worden, dat de stof van het eerste verblijf verband houdt met het voor het wapen geldende program voor de aanstelling tot sergeant-aanvoerder.

Het tweede verblijf strekke tot uitbreiding van de militaire opleiding tot sergeant.

§ 41. Aannemende dat de kaderscholen in 1920 beginnen, denkt men zich voor de eerste groep toegelatenen het eerste verblijf van 1 October 1920 tot 1 April 1922. Daarop zou dan volgen een practische dienstperiode in den troep van 1 April 1922 tot 1 October 1922, waarna het tweede verblijf aan de school van 1 October 1922 tot 1 October 1923 de opleiding tot sergeant zou voltooien.

Sluiten