Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 45. Over de vraag in wélken rang de dienst in den troep zal moeten plaats hebben, is de Commissie verdeeld gebleven. De meerderheid meent, dat dit in den sergeantsrang (aanvoerder) zal moeten geschieden. Een minderheid acht het nuttig, dat ook in den korporaalsrang in den troep worde gediend en stelt mitsdien voor dat de helft van den Opletdingstijd in den troep in den korporaalsrang wordt doorgebracht.

Eischen van geschiktheid voor den rang van sergeant.

§ 46. De algemeene eischen zijn vervat in Bijlage IV. De bijzondere eischen waaraan de sergeant van elk wapen moet voldoen, zullen moeten vastgesteld worden door den betrokken Inspecteur.

Ten einde een denkbeeld te geven van de bijzondere eischen van geschiktheid, welke naar het oordeel der Commissie gevorderd moeten worden van den sergeant, is daaromtrent voor het wapen der Infanterie een ontwerp overgelegd in Bijlage V.

Aanstelling lot sergeant.

§ 47. De leerlingen die bij een aan de school te houden eindexamen slagen zullen, ongeacht of er vacatures in het wapen bestaan, op een zelfden datum omstreeks 1 October worden aangesteld tot sergeant en ter onderscheiding der sergeanten-aanvoerder een vast te stellen distinctief dragen.

Bij de aanstelling tot sergeant gaat de betrokkene in een vast dienstverband over en rust op hem de verplichting gedurende drie jaren te dienen.

Opleiding van sergeant tot sergeant-majoor-instructeur.

§ 48. De Commissie stelt voor de aanwijzing van de aspiranten voor deze opleidingen op te dragen aan de betrokken wapen-inspecteurs.

De opleidingen worden wapensgewijze gecentraliseerd en zullen zich moeten regelen naar de behoefte, terwijl de sergeanten, die daarvoor in aanmerking wenschen te komen en die niet door slecht gedrag of weinig dienstijver moeten uitgesloten worden, ancienniteitsgewijze zullen moeten in aanmerking worden gebracht.

§ 49. Het verdient aanbeveling de opleidingen met inachtneming der vereischte speelruimte eenigszins gelijken tred te doen houden met de behoefte, in dier voege echter, dat de sergeant in ieder geval na 8 jaren dienst als zoodanig tot de opleiding moet zijn toegelaten. De eischen van den dienst zullen, in verband met de voortschrijding der techniek en de opvattingen omtrent de taktiek, niet zelden wijzigingen noodig maken in de opleiding en in de examens. Het is uit dien hoofde geen voordeel voor den dienst wanneer de geschiktheid voor den hoogeren rang, vele jaren voor er van bevordering sprake kan zijn, wordt toegekend. De vraag kan dan altijd rijzen of de geschiktheid op het oogenblik dat aanstelling plaats heeft nog tenvolle aanwezig is, terwijl het in elk geval meer waarborgen geeft indien de geschiktheid in het laatste of het voorlaatste jaar in alle bijzonderheden uit het examen is gebleken.

Ook voor het personeel is het lange wachten na het examen niet gewenscht; dit kweekt veelal ongedurigheid en draagt er niet toe bij om de opgewektheid in de dienstvervulling te verhoogen.

De gelegenheid om van de geschiktheid voor den hoogeren rang blijk te geven moet echter ruim rekening houden met eventueel geldelijk nadeel dat de betrokkenen bij te late toekenning van de geschiktheid tot bevordering zouden kunnen hebben.

Sluiten