Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van ontbrekende officieren tijdelijk adjudant-onderofficiereninstructeur boven de formatie te benoemen. Met dezen maatregel zal kunnen worden voorkomen, dat tot aanvulling van een groot incompleet, soms zeer groote aantallen aspirantofficieren gelijktijdig in opleiding worden genomen, wat voor de latere bevorderingsverhoudingen altijd ongunstig pleegt na te werken.

Opmerking betreffende de wapensgewijze opleidingen.

§ 56. In § 138 van dit rapport is voor het opheffen van de candidatenlijsten van de kleinere groepen van eenzelfde wapen een voorstel gedaan dat ook zijn consequentie heeft voor een wapensgewijze kaderopleiding. Voor de redenen voor zoodanige opleiding wordt naar het daar gestelde verwezen.

Personeel bestemd voor de militaire administratie of dat geacht wordt daartoe te behooren.

§ 57. Met het oog op de door de vereeniging „Ons Belang" uitgesproken wenschelijkheid, zulks in verband met het door deze vereeniging voorgestane automatische bevorderingsstelsel, om reeds in den korporaalsrang splitsing te maken tusschen hen, die voor de administratie en hen die voor de instructie zullen worden bestemd en omtrent de wenschelijkheid van verschillende opleidingen voor beide categorieën aspirant-onderofficieren, is deze aangelegenheid in de Commissie uitvoerig besproken. Zij is tot het besluit gekomen, dat die splitsing zich met een oordeelkundige positieregeling der onderofficieren moeilijk verdraagt. Een zoo. vroegtijdige splitsing zou voor beide categorieën zeer uiteenloopende bevorderingskansen opleveren. Een globale raadpleging der organieke cijfers licht dit genoegzaam toe. Bij een compagnie of daarmede overeenkomstige eenheid zijn op 1 sergeant-majoor-instructeur organiek 6 of meer sergeanten, terwijl bij die eenheden op 1 sergant-majoor-administrateur maar 1 fourier dienst doet. De kansen voor den fourier om bevorderd te worden zouden dus doorgaans veel grooter zijn dan die voor de sergeanten. Omdat er zooveel meer sergeanten noodig zijn dan fouriers, zal men ook in den vervolge noodwendig vele functionnarissen voor de administratieve plaatsen uit de instructeurs moeten nemen.

§ 58. De Commissie meent als het resultaat van haar onderzoek, waarbij ook het vraagstuk der scheiding tusschen instructeurs en administrateurs uitvoerig is ter sprake gekomen, te moeten aanbevelen om na het invoeren en bij het geleidelijk in volle werking brengen van het uiteengezette stelsel van aanneming en opleiding van candidaten voor beroepsonderofficier, tevens den maatregel in practijk te brengen volgens welken de onderofficieren bij de administratie gaandeweg uitsluitend zullen worden aangevuld uit de instructeurs.

De Commissie heeft daarbij voor oogen, dat het steeds mogelijk zal zijn een daartoe geschikt instructeur over te plaatsen in een administratieven werkkring, hetzij dit geschiedt in den bekleeden rang, hetzij bij bevordering. Terug-of overplaatsing uit een administratieve betrekking in een instructeursfunctie zal echter in beginsel uitgesloten moeten worden.

Het korps onderofficieren van de administratie zal derhalve een open, dat der instructeurs een gesloten dienstvak moeten vormen.

§ 59. Behalve de adjudant-onderofficieren van de militaire administratie en de onderofficieren aangesteld als administrateur van een onderdeel van het leger, worden geacht tot het korps onderofficieren der administratie te behooren de adjudant-onderofficieren dienstdoende bij de staven van bataljons, afdeelingen, regimenten, brigades, van opleidingsinrichtingen, scholen, enz. Hoewel deze onderofficieren ook belast kunnen zijn met werkzaamheden van instructieven aard, zijn hun taak

Sluiten