Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

energie niet verder zal gaan dan noodig is om op hun tijd voor de bevordering in aanmerking te komen.

De meerderheid meent dat hier wordt voorbijgezien, dat de belanghebbende aan alle eischen voor bevordering moet hebben voldaan om voor bevordering in aanmerking te komen en dat derhalve in dit opzicht geen verschil bestaat tusschen het tegenwoordige stelsel en dat der automatische bevordering.

Toepassing van het stelsel op de tegenwoordige verhoudingen.

§ 91. De Commissie heeft getracht de uitvoerbaarheid van een automatische bevordering van het kader, in de verhoudingen en toestanden van thans, maar met in achtneming van het voorgestelde omtrent de sedentaire betrekkingen, te onderzoeken en acht het nuttig deze aangelegenheid zooveel doenlijk tot klaarheid te brengen.

Bij den aanvang van het onderzoek stond het wel min of meer vast, dat welke ook de uitkomsten zouden zijn, men in zijn adviezen deswegen altijd aan een gewichtig voorbehoud zal moeten indachtig blijven. Het onderzoek zal moeten uitgaan van de toestanden, de rangen en rangsverhoudingen, die thans bestaan. Men zal die factoren voor een gansch tijdperk van den duur van een onderofficiersloopbaan als constant moeten aannemen, hoewel de ervaring aantoont, dat in een tijdperk van dien duur, op organisatorisch gebied, meermalen ingrijpende veranderingen voorkomen. Dit klemt zeker niet het minst juist voor dit tijdsgewricht.

8 92. Voor de methode van het onderzoek kan verwezen worden naar Bijlage VII. Aangaande de grondslagen zij tot toelichting het navolgende aangeteekend, waarbij voorbedachtelijk eenige uitvoerigheid betracht wordt.

Het onderzoek kon zich niet tot één of meer groote groepen van de krijgsmacht, als bijv. het wapen der infanterie of der artillerie bepalen, omdat uit die groepen niet uitsluitend bevorderingen plaats hebben voor de infanterie en de artillerie, maar ook in de betrekkingen van schrijver, administrateur, enz. Op welke aantallen, voor benoemingen buiten het betrokken wapen, moet gerekend worden, bleef overal onzeker. Daarom beval het zich aan alle beroeps-onderofficieren der landmacht als grondslag voor het onderzoek te nemen. In dien grondslag konden zonder onderscheid alle plaatsen voor sergeant, sergeantmajoor en adjudant-onderofficier der vredesorganisatiën bijeengeteld worden. Men kreeg op die wijze het overzicht van de aantallen plaatsen voor sergeant-majoor en adjudant-onderofficier, die in onze landmacht beschikbaar zijn voor het totaal aantal sergeanten. Aangezien de automatische bevordering gelijkelijk voor alle wapens en diensten zou moeten toegepa worden, geeft het in oogenschouw nemen van den toestand voor de geheele landmacht gemiddeld het zuiverste beeld. Toch mag tiiet uit het oog verloren worden, dat het vraagstuk ten deze op zijn voordeeligst gesteld wordt. Voor de groote combattante groepen: infanterie, bereden-artillerie en cavalerie is de grondslag te gunstig, omdat de verhoudingscijfers der overige groepen voordeeliger zijn en dus de gemiddelden, waarmede gerekend zal worden, den toestand bij de genoemde groote groepen gunstiger maken.

8 93 In verband met de voorstellen omtrent de sedentaire betrekkingen is aangenomen dat dientengevolge de aantallen beroepssergeanten per eenheid van de vredesorganisatiën met 2 verminderd kunnen worden. Er is alzoo gerekend op een sterkte aan onderofficieren in gewonen dienst van 2361 sergeanten en fourievs, 1019 sergeant-majoors en 319 adjudantonderofficieren.

Ten gevolge van de vermindering der beroeps-sergeanten vervallen in het actieve leger 872 plaatsen voor onderofficier. Deze plaatsen vormen met de 467 thans bestaande plaatsen voor sedentaire functiën een totaal van 1339. Er is aangenomen dat

Sluiten