Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 111. Zij vestigt er nog de aandacht op, dat de afvloeiing van sergeanten bevorderd, althans gunstig beïnvloed zal kunnen worden door de medewerking, welke de commandeerende officieren zouden geven aan pogingen van groepen onderofficieren, om zich in hun vrijen tijd voor een burgerbetrekking te bekwamen. Het volgen van cursussen, indien daartoe in het garnizoen de gelegenheid bestaat, zal aan onderofficieren, die niet voor bevordering in aanmerking kunnen komen, gemakkelijk moeten worden gemaakt.

Conclusiën.

§ 112. De Commissie heeft uit het vorenstaande de slotsom getrokken, dat het oneconomisch en voor het tegenwoordige niet aanbevelenswaardig is te achten voor het korps onderofficieren den eisch voor bevordering op vastgestelde tijdstippen als grondslag en dwingend uitgangspunt te nemen. Er worden, als men met sommige vakbladen te rade gaat, te dezer zake blijkbaar door vele onderofficieren hooggespannen verwachtingen gekoesterd. De uitkomsten hebben naar de meening der Commissie doen zien dat die verwachtingen niet verwezenlijkt kunnen worden.

§ 113. De schifting door middel van het examen voor den hoogeren rang van de sergeanten voor wie op hun tijd een plaats in het hooger onderofficierskorps kan verzekerd worden en de anderen, voor wie dit niet het geval is, zoomede de aanbevolen middelen om de dienstverlating der laatsten te bevorderen, zullen ook bij een normale recruteering en bevordering der onderofficieren ten zeerste noodig zijn.

§ 114. De Commissie heeft in het vorenstaande de voornaamste elementen van het bevorderingsvraagstuk in oogenschouw genomen en getracht de maatregelen op te sporen, die een bevredigenden toestand zullen kunnen waarborgen! Die maatregelen zullen in toepassing moeten komen naargelang ze in de praktijk noodig blijken. Ware de toeloop van aspirant-onderofficieren gering of kan een toekomstige organisatie met een geringer aantal beroepssergeanten volstaan, dan zullen de maatregelen tot bevordering der afvloeiing van zelf meer op den achtergrond kunnen staan. Het ruim afvloeien van sergeanten is echter ook op zich zelf als een defensie-belang te beschouwen. Men heeft bij mobilisatie alsdan de beschikking over een groote reserve van goed onderlegd kader. Hoe grooter de afvloeiing is, des te beter kan de positie der overigen geregeld worden.

Advies.

§ 115. Met het oog op het vele voorbehoud dat bij het stellen der vraagstukken moest worden gemaakt en op het wisselvallige der in aanmerking komende factoren kan van de cijfer-uitkomsten der Commissie niet worden aangenomen, dat zij voor de toekomst een vaste basis opleveren. Het laat echter geen twijfel toe, dat voor het vernieuwde korps onderofficieren het leiden der bevorderingskansen gaandeweg veel meer aandacht en zorg zal eischen dan reeds voor het tegenwoordige korps. Het gemiddelde tijdstip — en dat geldt

voor het bestaande korps onderofficieren ook thans reeds

waarop de sergeant-majoorsrang zal worden bereikt, zal, als de verhoudingscijfers dezelfde blijven, allengs later vallen en eerst stationair worden, indien op de rangorde volgens anciënniteit bij de benoemingen geen uitzonderingen meer zullen voorkomen, m.a.w. als het regel zal zijn geworden, dat de oudere onderofficieren in het volgen van de opleidingen en in het behalen van hun radicaal steeds aan de jongeren zullen voorafgaan.

•§ 116. Acht de Commissie automatische bevorderingen niet uitvoerbaar, aan den anderen kant komt het haar ongewenscht voor, dat een in alle opzichten voor den naast hoogeren rang

Sluiten