is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van de Commissie, ingesteld om een advies uit te brengen a.d. Min. van Oorlog in zake de regeling van onderwerpen betr. de positie der Beroepsonderofficieren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschikte sergeant, tengevolge van het uitblijven van een vacature, uit den treure zal blijven wachten en zou moeten doordienen in den laagsten onderofficiersrang. Zij meent in overweging te moeten geven dat de evenbedoelde sergeant, boven de formatie zal bevorderd worden tot sergeant-majoor-instructeur of administrateur, nadat hij na zijne aanstelling tot sergeant 15 jaren werkelijk zal hebben gediend. Zij ontveinst zich niet, dat deze aanbeveling in strijd komt met de uiteengezette meening omtrent het dienstbelang ten opzichte van een overcompleete aanstelling van sergeant-majoors, maar zij acht het niettemin noodig, dat die zekerheid aan de positie der onderofficieren zal worden gegeven. Door het aantal dienstjaren, waarop de aanvullende bevorderingen zullen plaats hebben hoog te stellen, wordt voorkomen, dat een groot aantal sergeant-majoors in sergeants- en fouriers-functies zullen werkzaam zijn. Bij een verloop zooals de Commissie gemeend heeft te kunnen aannemen, geschiedt de bevordering volgens vacatures binnen de 15 jaren.

Een maatregel als wordt voorgesteld is meermalen toegepast voor luitenants en kapiteins, indien hun promotie, ter vervulling van vacatures, al te langdurig op zich liet wachten.

§ 117. Ten aanzien van de bevordering tot adjudant-onderofficier acht de Commissie het gewenscht dat een sergeantmajoor die in alle opzichten aan de gestelde eischen of nog te stellen eischen voldoet, den rang van adjudant-onderofficier ook werkelijk bereikt en wel op zoodanigen leeftijd, dat hij daarin nog eenige jaren zal kunnen dienen. Zooals reeds is toegelicht, bestaan daartegen hoofdzakelijk bezwaren uit een beginseloogpunt, evenwel niet met het oog op het dienstbelang. De hierbedoelde rangstoekenning boven de formatie zou eerst behooren te geschieden, nadat de belanghebbenden, na hun benoeming tot sergeant, 22 jaren zullen hebben gediend. Ook deze aanvullingsbevordering na 22 jaren komt met de berekende kansen tot bevordering volgens vacatures overeen.

§ 118. De beide voorstellen verschillen in beginsel van het uiteengezette stelsel van automatische bevordering. Bij dit laatste stelsel zouden de bevorderingen voor alle onderofficieren na gelijke dienstperioden intreden, ongeacht of er vacatures zijn, maar, om de wille van de gelijkheid ook voor niemand vroeger. De voorstellen der Commissie daarentegen handhaven de ongelijke bevorderingskansen en de bevorderingen overeenkomstig de ontstane vacatures en beoogen benoemingen boven de formatiën voor zooverre de termijnen van 15 en 22 jaren nog geen vacatures zullen hebben opgeleverd.

Met de beide voorstellen heeft de Commissie het oog op een tweeledig doel. Vooreerst wil zij, zooals gezegd, ervoor waken dat de individueele belangen van de sergeanten in vast dienstverband en van sergeant-majoors door ongunstige organieke of toevallige verhoudingen al te langdurig in de verdrukking zouden geraken. Ten andere acht zij het vooruitzicht, dat men, bij geschiktheid zeker is na 15 jaren sergeant-majoor en na 22 jaren adjudant-onderofficier te zullen zijn, van uitnemend belang voor de werving. Zonder dat vooruitzicht staat het te bezien of de werving de gewilde stof wel in voldoende mate zal leveren; het schijnt evenzeer twijfelachtig of er, zonder vast vooruitzicht op een tijdige bevordering onder de goede sergeanten wel genoeg lust zal zijn tot doordienen in vast dienstverband.

§ 119. De Commissie is overtuigd, dat zij in haar adviezen in dezen zeer beraden is te werk gegaan en dat zij er voor kan instaan dat de verwezenlijking niet tot misstanden aanleiding zal geven. Zij wijst er echter nog eens uitdrukkelijk op dat zij zich in deze, evenals in al hare adviezen, baseert op ons tegenwoordig legerstelsel.

Verandering van legerstelsel zal uiteraard van zelf algeheele herziening der organisatiën en van alle daarop betrekking hebbende vraagstukken met zich brengen.