Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten einde de bevordering van tal van groepen onderofficieren, die niet gerekend worden te behooren tot het administratief en instructief kader, aan vaste regels te binden wordt het noodig 'geacht de redactie zoodanig te maken, dat de in het voorschrift vastgestelde algenteene bepalingen van kracht zijn voor de bevorderingen van het geheele legerkader. Dus bijv. ook voor pikeurs, tamboers, afstandmeters, vuurwerkers, voor de verschillende sergeant-majoors en adjudantonderofficieren der genie, en in het algemeen voor alle onderofficieren die niet werkzaam zijn in de sedentaire betrekkingen.

§ 130. Ten aanzien van art. 3 zij opgemerkt, dat het niet noodig wordt geacht, dat voor de bevordering tot adjudantonderofficier administrateur en tot sergeant-majoor-administrateur bij de korpsen Pantserfort-Artillerie, Pontonniers en Torpedisten, deze korpsen als afzonderlijke wapens worden beschouwd, omdat de functie van deze onderofficieren bij die korpsen dezelfde is als bij de Vesting-Artillerie.

De Commissie beveelt aan om voor de niet bereden artillerie één candidatenlijst van sergeant-majoors-administrateur en één ranglijst voor adjudant-onderofficieren-administrateur te doen aanhouden, ten einde de bevorderingskansen van dezelfde functionnarissen zooveel mogelijk dezelfde te doen zijn en deze niet afhankelijk te maken van het verschil in verloop, dat er bij groote en kleine korpsen bestaat. Zij verwijst ten deze naar het gestelde in § 138.

Wanneer voor de bevordering van de administrateurs de korpsen Pantserfort-Artillerie, Pontonniers en Torpedisten niet meer als afzonderlijk wapen worden beschouwd, moet het gestelde in de 2 alinea van art. 5 vervallen.

§ 131. Aangezien alleen de sergeant-majoor-instructeur voor bevordering tot adjudant-onderofficier-instructeur in aanmerking kan komen, kunnen op de candidatenlijst voor adjudantonderofficier-instructeur alleen sergeant-majoors-instructeur voorkomen.

De naam van den sergeant-majoor-instructeur die voorkomt op de candidatenlijst voor adjudant-onderofficier-instructeur en die overgaat in de functie van sergeant-majoor-administrateur zal van de candidatenlijst moeten worden afgevoerd.

Het wordt noodig geacht deze bepaling bijv. in art. 6 op te nemen.

8 132 Het wordt gewenscht geacht den sergeant-majoorsinstructeur de gelegenheid te laten in hun rang over te gaan naar het administratieve kader.

Hoewel op een candidatenlijst voor bevordering tot een bepaalde functie feitelijk alleen moeten voorkomen de namen van hen die voor die bevordering in aanmerking komen, wordt het toch noodig geacht op die candidatenlijst ook de namen te plaatsen van hen die in die functie kunnen overgaan zonder bevordering te maken, vermits zij reeds de aan die functie verbonden rang bekleeden.

Dit is noodig om hen, die voor bevordering in aanmerking komen, op de hoogte te doen blijven van hun bevorderingskansen.

8 133 De sergeant-majoors instructeur, die in hun rang van de instructie naar de administratie overgaan staan, door hun hoogeren rang, in anciënniteit boven de op de canditatenlijst geplaatste sergeanten en fouriers, en zouden altijd vóór dezen aan de beurt komen voor een vacature in den rang van sergeant-maioor-administrateur.

Hierdoor ontstaat de mogelijkheid, dat, wanneer bij de instructie op een bepaald oogenblik de bevorderingskansen gunstiger zijn dan bij de administratie, de bij de instructie aangestelde sergeant-majoors van jongere anciënniteit als onderofficier zijn dan de sergeanten en fouriers, die op bevordering bij de administratie wachten.

Bij overgang naar de administratie zouden dan deze, als onderofficier jongere, sergeant-majoors steeds voorgaan.

Sluiten