Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mogen worden beschouwd. Een sergeant in zijn wapen is na zijn opleiding, economisch gesproken, wat waard en deze waarde zou bij overplaatsing naar de maréchaussée verloren gaan.

Het grootste bezwaar tegen den geopperden maatregel zou echter de terugslag zijn, die er voor de aanneming van het Wapen der maréchaussée van gevreesd zou moeten worden, aangezien de kans om door dienstneming bij de maréchaussée zich een goede levenspositie te verschaffen, er zeer door zou worden beperkt.

Ook wezen de tegenstanders van het uitgesproken denkbeeld er op, dat het tegenwoordige kader bij de maréchaussée zeer goed voldoet en steeds waardeering en lof inoogst bij de justitieele en militaire chefs. Voor twijfelachtige proefnemingen tot verbetering van het kader bestaat weinig aanleiding.

§ 166. Alleen voor het voltallig en op peil houden van het korps, wat zijn laagste functionarissen betreft, bestaat in het verminderen van den toeloop een reden tot zorg, vooral, indien van uitbreidingen der formatiën sprake is. Naar het oordeel der Commissie zal meer en betere stof zich aanmelden, naarmate de bestaansvoorwaarden, vooral ook voor de nieuw in dienst tredenden, worden verbeterd. Men gaf nog het denkbeeld aan om bij de maréchaussée in den geest als voor andere wapens bestaat, een reserve in het leven te roepen en ook het denkbeeld om miliciens in de gelegenheid te stellen, voor een te bepalen aantal jaren vrijwilliger te worden bij de maréchaussée en met het voordeel zich zoodoende vrijstelling van landweerplicht te verschaffen, evenals deze voor de bereden wapens, de pantserfort-artillerie en de torpedisten bestaat.

§ 167. Het lid Lampier meende een dusdanigen maatregel te moeten ontraden. Naar zijne meening zal het moeilijk zijn, om bij menschen, die tevoren weten, dat hunne plaatsing bij het wapen een tijdelijk karakter draagt, een streng begrip van ambtsplicht aan te kweeken. De tewerkstelling van tijdelijke ambtenaren (militaire commiezen), gedurende de de mobilisatie heeft naar zijne meening voldoende doen zien; dat velen hunner den ambtsplicht niet zeer ernstig opvatten.

Opleiding.

§ 168. Het aantal maréchaussée en de geregelde vernieuwing van dit personeel na het eerste dienstverband geeft voor de voorziening in wachtmeesters een groote keus, zoodat de aanvulling van het kader van het wapen in het algemeen geen moeilijkheden oplevert.

Alleen de beschikbare goede elementen, die tevens wat meer intellectueel ontwikkeld zijn, komen voor bevordering tot wachtmeester in aanmerking.

De maréchaussée is jn vredestijd ten volle in haar taak en bestemming werkzaam, zoodat de praktijk van den dagelijkschen dienst geacht kan worden tevens te beantwoorden aan de èiSChen van de opleiding voor hoogere rangen. In hoofdzaak is de opleiding voor wachtmeester en hooger, die bij de brigades plaats heeft, gericht op het aankweeken van vakbekwaamheid ; de vaardigheid daarin kan in de dienstverrichtingen voortdurend getoetst worden, zoodat eigenlijk gezegde examens, tot staving van geschiktheid voor een hoogeren rang, tot dusverre alleen voor den rang van wachtmeester noodig zijn gebleken. Bij dit examen wordt tevens de maatstaf aangelegd, dat uit den aspirant allengs een bruikbare brigade-commandant zal kunnen groeien. Mocht het in verband met de geringe eischen van elementaire kennis bij een deel der aangenomenen noodig worden geacht, aan minder ontwikkelde maréchaussée's schoolonderwijs te doen verstrekken, dan achtte men het aanbevelenswaardig daarvoor bij de brigades privaatlessen te doen geven en examens in te stellen met een premie voor periodieke vorderingen. Voor

Sluiten