Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Burgerkleeding.

§ 181. Door belanghebbenden wordt algemeen gewenscht, dat het aan onderofficieren en maréchaussées vergund zij, buiten dienst burgerkleeding te dragen. Zij meenen, dat door de eigenaardige positie, die politieambtenaren in de maatschappij innemen, het gros der burgers liever niet in gezelschap van politieambtenaren zich in het openbaar vertoont, vooral als deze in uniform zijn gekleed. Waar nu de maréchaussée alleen gedurende verlof in burger gekleed mag zijn, wordt door de leden van dit korps het gemis van het voorrecht veelal op onaangename wijze gevoeld. Zij achten zich daardoor meer dan noodig buiten de gemeenschap gesteld.

De Commissie erkent het ongerief der door belanghebbenden naar voren gebrachte bezwaren en zou daarom willen aanbevelen, dat door alle leden van het wapen buiten dienst burgerkleeding kan worden gedragen.

De Commissie meent in dezen zin te kunnen adviseeren, omdat in de dienstvoorschriften van het wapen, voor bepaalde dienstverrichtingen het dragen van burgerkleeding verplichtend is gesteld. De meeste leden van het wapen zijn dan ook in het bezit van burgerkleeding en het feit, dat, wanneer een maréchaussée, na in burgerkleeding dienst te hebben gedaan, zich, om van zijn bewegingsvrijheid te gaan genieten, eerst in uniform moet gaan kleeden, vormt voor het personeel een grief, die naar het oordeel der Commissie, waarschijnlijk zonder nadeel voor den dienst, kan worden weggenomen.

Leeftijd voor pensioengerechtigdheid.

§ 182. Door belanghebbenden werd er bij de Commissie aangedrongen, den leeftijd waarop door leden van het wapen den dienst met het maximum-pensioen kan worden verlaten, te stellen op 45 jaar mits men dan 25 dienstjaren telt. Deze wensch werd o m. gemotiveerd met een aanhaling uit het genoemde boek van den tegenwoordigen Inspecteur van het wapen. Deze schreef o.m. op blz. 138 e.v.

„Bij onderlinge vergelijking van den dienst der maréchaussée „en die van andere wapens van het leger, moet in aanmerking „worden genomen, dat bij de maréchaussée geen sedentaire „betrekkingen bestaan en niet kan worden toegestaan, dat „de ouderen hun gestel meer sparen dan de jongeren. Niet „alleen mag niemand hunner van de aanhoudend terugkeerende „nachtdiensten en andere inspannende werkzaamheden worden „vrijgesteld, maar het zijn juist de onderofficieren, in het „bijzonder de brigadecommandanten, die daarbij energie „moeten ontwikkelen; minder activiteit van hun zijde zoude „alras een aanstekelijk voorbeeld worden voor de jongeren „en de Commandant die zich in zijn persoonlijk belang van ,,sommige zwaardere dienstverrichtingen onthoudt, zou weldra Jhet moreele overwicht kwijt zijn, dat hij op de hem onderhorigen moet bezitten; hij zou er dientengevolge niet meer „in slagen om hen groote krachtsinspanning en ijver te „doen ontwikkelen. In verband met de zooveel zwaardere „eischen van lichamelijke geschiktheid, die aan de opperwachtmeesters der maréchaussée worden gesteld, behooren „deze laatsten hooger bezoldigd te worden dan de onderofficieren van gelijken rang in het leger.

„De gelijke zwaarte van den dienst voor de ouderen en „de jongeren voert mede tot de gevolgtrekking, dat de „onderlinge ongelijkheid in leeftijdsgrenzen, die in de pensioen„wet ten aanzien van de onderofficieren der maréchaussée ,'is vastgesteld, niet op den meest wenschelijken grondslag „berust, en alzoo behoorde te worden opgeheven. Er is geen „reden om van de onderofficieren gedurende een grooter „aantal jaren dienst te vergen dan van de maréchaussée.

„Neemt men in aanmerking, dat de onderofficier der „maréchaussée van den eersten tot den laatsten dag van „zijn diensttijd moet voldoen aan dezelfde zware eischen „van lichamelijke geschiktheid, terwijl daarentegen van de

Sluiten