Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Adjudant-Onderofficieren-Vaandeldrager.

§ 197. Namens de adjudant-onderofficier-vaandeldragers werd door eenige belanghebbenden voor de Commissie gepleit tot het toekennen van een hoogeren rang aan deze functionarissen. Belanghebbenden gronden dit verzoek op den grooteren omvang en de meerdere veelzijdigheid van hun arbeid en op de meer leidende taak, die zij ten opzichte van de adjudanten-onderofficieren bij de bataljons veelal vervullen.

Op grond van het daaromtrent toegelichte in Hoofdstuk V beveelt de meerderheid der Commissie deze catagorie onderofficieren aan voor de toekenning van den rang van eersteadjudant-onderofficier op den voet als dit in genoemd hoofdstuk is omschreven.

Pikeurs.

§ 198. Door een onderofficier van de rijschool te Amersfoort is bij de Commissie de wenschelijkheid bepleit van het aanhouden van een candidatenlijst voor adjudant-onderofficierpikeur bij de bereden wapens. Thans zou de bevordering tot pikeur zoodanig geschieden, dat meermalen geschikte candidaten door jongeren worden voorbijgegaan, waardoor voor de ouderen, die zich uitsluitend op de rijkunst hebben toegelegd en voor andere bevorderingen derhalve uitgesloten blijven, de kans om ooit een hoogeren rang te behalen vrijwel is uitgesloten. Waar bevordering langs den weg van instructie en administratie, voor deze onderofficieren praktisch onmogelijk mag heeten, komt het de Commissie billijk voor, dat de voor pikeurs geschikt geoordeelde onderofficieren bij de bereden wapens, ancienniteitsgewijze voor een aanstelling in aanmerking komen.

Muzikanten en Trompetters.

§ 199. De wenschen door de Vereeniging van leden der Muziekkorpsen, enz. kenbaar gemaakt, zijn vervat in hun adres dat in manuscript als Bijlage XI bij dit rapport wordt overgelegd

De Commissie heeft de wenschen aan een onderzoek onderworpen, waarbij zij aanleiding vindt het volgende aan te teekenen:

Ad. I. Een afzonderlijke „commissie van beroep" voor muzikanten wordt niet noodig geacht. Voor deze militairen zullen dezelfde regelen toepasselijk zijn als die worden aanbevolen voor de onderofficieren in het algemeen. Dit geldt ook voor de onderwerpen behandeld onder VIII tot XI ten aanzien van den dienst op Zondagen, het reizen in burgerkleeding, de spoorklasse en de inkwartieringen.

§ 200. Ad. II Naar de meening der Commissie, voor zoover zij zich in deze bijzondere materie een oordeel kon vormen zou het instellen van diploma's van geschiktheid voor de'verschillende rangen in een militair muziekkorps eenigen meerderen waarborg geven, dat alleen alleszins bekwame mannen voor het vervullen van een vacature in een hoogeren rang bij een muziekkorps in aanmerking zouden komen. Deze diploma's zouden de kansen van de leden van de muziekkorpsen onderling meer gelijkmatig doen zijn. De bijzondere materie schijnt te eischen dat een examen, waarmede een diploma zou zijn behaald, periodiek werd herhaald.

De Commissie bepaalt zich er toe de instelling van diploma's in de overweging aan te bevelen.

§ 201. Ad. III. Uit de bepaling dat in een muziekkorps der infanterie alle geschikte- élève-muzikanten kunnen benoemd worden tot muzikant B en dat muzikanten A tot een aantal kunnen aangesteld worden in vaste verhouding tot het aantal muzikanten B, vloeit voort, dat het aantal muzikanten, dat tot de categorie A bevorderd kan worden, in niet geringe mate beïnvloed wordt door de bekwaamheid en den muzikalen ijver van de élève-muzikanten in het betreffende korps

Sluiten