Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer in de toekomst de militie in zeer korten tijd zou worden opgeleid en diensvolgens, nog meer dan thans reeds jaarlijks langere termijnen zullen voorkomen, waarin de sterkten der onderdeden tot geringe aantallen zullen zijn geslonken, dan zou de aanleiding om met toelagen in het tekort aan verdiensten der werklieden te voorzien, op grooter schaal en voor vele onderdeelen, waarbij werklieden zijn ingedeeld, regelmatig terugkeeren.

De Commissie meent met het oog daarop dat er tegen behoort te worden gewaakt, dat in de vredesorganisatie van de korpsen meer werklieden worden ingedeeld dan met het te verrichten werk in goede overeenstemming is. Staat het vast, dat er b.v. bij een bataljon niet het geheele jaar door voldoende werk is voor een schoenmaker en een kleermaker, dan zouden die werklieden niet tot de vredesorganisatie van het bataljon, maar tot die van het regiment moeten behooren en bij die eenheid tot de aantallen moeten worden uitgetrokken als door het jaarwerk van het geheele regiment wordt bepaald. Wellicht dat zelfs een garnizoensgewijze centralisatie van de werkkrachten in militaire reparatie-ateliers van kleederen, schoenen, enz. bij onderzoek aanbevelenswaardig zal blijken.

Werkliedenpersoneel der Luchtvaartafdeeling.

§ 222. Omtrent de salaris- en positieregeling van het werkliedenpersoneel der luchtvaartafdeeling heeft onze Commissie vanwege den commandant dier afdeeling afzonderlijke voorstellen ontvangen, welke bij dit rapport in manuscript als Bijlage XII zijn overgelegd. Bedoelde voorstellen zijn bewerkt door een speciale daartoe, door genoemden commandant, ingestelde commissie, waarin de verschillende categorieën van het personeel der luchtvaartafdeeling vertegenwoordigd waren.

Voor wat de regeling der salarissen betreft, vermeent onze Commissie dat het uitbrengen van advies daarover niet op haren weg ligt. Wel spreekt zij als haar oordeel uit, dat de bezoldiging van het onderhavige personeel in het algemeen eene zoodanige behoort te zijn, dat daarin op zich zelf reeds genoegzame waarborg zal zijn gelegen, om bij de luchtvaartafdeeling te allen tijde te kunnen beschikken over alleszins bekwame vaklieden, wat immers met het oog op den bijzonderen aard van het bedrijf als een eerste eisch moet worden beschouwd. In verband daarmede zal de salarisregeling aansluiting moeten vinden bij die, welke in de particuliere industrie bij de groote en belangrijke bedrijven in het algemeen geldend is of in de toekomst zal zijn.

§ 223. Voor wat overigens aangaat de regeling der positie van het werkliedenpersoneel der luchtvaartafdeeling zoo kan onze Commissie in het algemeen wel instemmen met hetgeen daaromtrent in de onderhavige voorstellen is vervat, en de beschouwingen welke daaraan zijn vastgeknoopt. Meer in het bijzonder wenscht zij er nadruk op te leggen, dat naar hare meening het militaire karakter van bedoeld personeel in elk geval behouden moet blijven. De werklieden bij de luchtvaartafdeeling moeten bepaaldelijk militairen zijn, daar zij niet alleen in de fabriek, doch in den ruimsten zin ook bij de zuiver militaire vliegtuigafdeelingen te velde, in hiërarchisch samengestelde groepen kunnen worden werkzaam gesteld.

§ 224. Het meerendeel der betrokken werklieden blijkt — zooals uit de onderhavige voorstellen valt af te leiden — den wensch te koesteren, om in de positie van burger-werkmen te worden geplaatst, doch uit hoofde van het militaire belang zal naar de meening van onze Commissie aan bedoelden wensch niet mogen worden toegegeven. Trouwens de meerbedoelde commissie uit het personeel blijkt zelf zulks zeer goed te begrijpen, en heeft dan ook in die richting verder geen voorstellen gedaan.

Ook de leerlingen-werkman bij de luchtvaartafdeeling zullen onmiddellijk na hunne aanneming in eene militaire positie — n.1. die van soldaat — moeten worden geplaatst.

Sluiten