Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 225. De Commissie heeft in beginsel geen bezwaar tegen de regeling van de militair-hiërarchieke positie van de werklieden, zooals die wordt voorgesteld. Zij acht het echter noodig dat de dezerzijdsche voorstellen omtrent de titulatuur en de distinctieven der werklieden bij de korpsen ook op de werklieden der luchtvaartafdeeling zullen worden toegepast.

De Commandant van de luchtvaartafdeeling kan zich daarmede vereenigen; hij achtte het op den voorgrond houden van den werkmansrang verkieselijk boven het verleenen van de legerrangen en kon met het beginsel om zich tot assimilatiën te bepalen, zeer goed instemmen.

Voor de werklieden der luchtvaartafdeeling zouden de navolgende werkmansrangen moeten worden vastgesteld, die te assimileeren waren als volgt:

leerling-werkman (alleen met het vak-distinctief) te assimileeren met soldaat;

werkman 2de klasse te assimileeren met korporaal; ,, l"e ), !> >i ii sergeant;

meestér-werkman (werktuigkundige) te assimileeren met sergeant;

baas-werktuigkundige te assimileeren met sergeant-majoor; hoofd-werktuigkundige te assimileeren met adjudant-onderofficier.

§ 226. De Commissie kan over het algemeen de daarvoor aangegeven aantallen dienstjaren, waarna de rangen zullen worden toegekend wel aannemelijk achten, met dien verstande dat de bevorderingen uiteraard alléén zullen worden toegepast ten aanzien van diegenen onder het personeel, die de noodige bekwaamheid en verdere geschiktheid en dienstijver voor hunne positie hebben betoond. Het moet overigens, naar onze Commissie voorkomt, als een goede maatregel worden geacht — en het betrokken personeel zelf blijkt zulks te wenschen — dat slechte of ondeugdelijke elementen op korten termijn zullen kunnen worden ontslagen. De bijzondere bedrijfsomstandigheden bij de luchtvaartafdeeling waarbij juist veel aankomt op de bekwaamheid en het verantwoordelijkheidsbesef van iederen werkman afzonderlijk, doet de aanwezigheid van dergelijke ongewenschte elementen ontoelaatbaar zijn.

§ 227. Tenslotte is onze Commissie van oordeel dat, naast de recruteering van de werklieden uit de leerlingen, en de geleidelijke opklimming in de hoogere posities tevens de gelegenheid moet bestaan om daartoe geschikte werkkrachten van buitenaf rechtstreeks in die verschillende functies te plaatsen, na eerst gedurende een zekeren tijd op proef te zijn werkzaam geweest.

Militaire Hoefsmeden.

§ 228. Voor wat de militaire positie, de vak- en rangsdistinctieven betreft wordt verwezen naar het daaromtrent gestelde onder „werkliedenpersoneel bij de korpsen". De hoefsmeden behooren tot de categorie die uniform moeten blijven dragen.

§ 229. Door de Vereeniging van Militaire Hoefsmeden is een adres ingezonden houdende een tiental wenschen en voorstellen. Dit verzoekschrift wordt als Bijlage XIII in manuscript bij dit rapport overgelegd.

Voor zoover de voorstellen verband houden met de militaire rangen kunnen ze hier onbesproken blijven, vermits hunne militaire rangen alleen de beteekenis van een assimilatie zullen hebben. Assimilatiën die verder zouden reiken dan met den bestaanden toestand in overeenstemming is, worden door de Commissie niet wenschelijk geacht.

§ 230. De hoefsmeden der Koninklijke Maréchaussée verkeeren, gelet op het geringe aantal paarden, dat door hen wordt beslagen en op den geruimen tijd, die met reizen verloren gaat, in ongunstiger positie dan hun vakgenooten

Sluiten