Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de overige bereden wapens. De meerdere zelfstandigheid der hoefsmeden bij de maréchaussée brengt mede dat daarvoor alleen de zeer goede hoefsmeden in aanmerking komen. Daarom achten belanghebbenden het billijk, dat evenals tot dusverre geschiedde, de hoefsmid der maréchaussée dezelfde bezoldiging geniet als de maréchausseés; alzoo f 700.— bij aanneming, f 750.— na 2 jaar, f850.— na 4 jaar, flOOO.— na 6 jaar dienst bij het wapen.

Met de strekking van dit voorstel kan de Commissie zich op de aangevoerde gronden wel vereenigen, hoewel zij zich omtrent het bedrag der bezoldiging van advies onthoudt.

§ 231. Met de uitgedrukte wenschen en de voorstellen ter zake van het toezicht op de werkzaamheden der militaire hoefsmeden kan de Commissie zich niet vereenigen. Zij meent overigens dat wijzigingen in het bepaalde in den inwendigen dienst der bereden korpsen en de meer technische punten van het verzoekschrift, door de wapenchefs meer afdoende bevorderd kunnen worden.

Aan de hoefsmeden zou in beginsel kunnen worden vrijgelaten om hunne materialen, ook van elders dan uit 's Rijks magazijnen te betrekken; bezwaar voor den dienst ducht de Commissie daarvan niet, omdat ten aanzien van de deugdelijkheid van het materiaal de belangen van het Rijk en van den hoefsmid evenwijdig loopen.

§ 232. De Commissie geeft in overweging dat worde voorgeschreven, dat, bij elke ontvangst van materialen uit 's Rijksmagazijnen, eene schriftelijke opgave der soorten en hoeveelheden, en bij de betaling daarvan gespecificeerde quitantiën aan de hoefsmeden zullen worden ter hand gesteld.

§ 233. De Commissie acht het niet noodig de termijnen genoemd in R. B. L. blz. 47, onder VI te wijzigen.

Wel komt het haar billijk voor overgangsregelen in het leven te roepen, waarbij zou kunnen worden bepaald, dat, ongeacht het aantal dienstjaren als meestér-werkman doorgebracht, aan die meestér-werklieden, die voor gelijkstelling met den rang van opper-wachtmeester in aanmerking komen, als regel de positie van baas toe te kennen, zoodra zij 6 jaar meestér-werkman zijn geweest.

§ 234. In § 3 ad. art. 84 van het Reglement van Administratie 1916 en in § 4 ad art. 58 van het Reglement der Koninklijke Maréchaussée staat vermeld:

„De betaling van de vergoedingen voor hoefbeslag heeft in den regel plaats bij het einde van elk kwartaal, tegen quitantie op een afrekening Model No. 78.

„Bij het einde van elke maand kunnen matige voorschotten op het verdiende betaald worden (Zie § 7 ad. art. 243)."

Deze regeling ware zoo mogelijk in dezer voege te wijzigen dat de betaling van de vergoeding voor hoefbeslag maandeliiks plaats heeft. J

§ 235. De Commissie meent er de aandacht op te moeten vestigen, dat de vereeniging van militaire hoefsmeden, onder verwijzing naar de burgerlijke voorschriften ter zake, het verzoek doet, dat er verbetering worde gebracht in den toestand van de militaire smederijen en beslagloodsen, opdat deze aan redelijke eischen voldoen, voor wat verlichting, goede ventilatie, rookafvoer, kleedvertrekje met wascbgelegenheid, privaat en urinoir betreffen.

Koks bij de korpsen.

§ 236. De Commissie acht de regeling van de militaire positie van de koks bij de korpsen bevredigend en is door een ingekomen verzoekschrift van de betreffende vereeniging met overtuigd geworden, dat voor de koks bij de korpsen het bereiken van den sergeantsrang moet worden opengesteld.

Hoewel het werk van den kok, voor wat de zorg betreft voor eene goede bereiding der maaltijden, geenszins onder-

Sluiten