is toegevoegd aan uw favorieten.

Verslag van de Commissie, ingesteld om een advies uit te brengen a.d. Min. van Oorlog in zake de regeling van onderwerpen betr. de positie der Beroepsonderofficieren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoeft er ten aanzien van de gevolgen van het voorstel niet te bestaan.

Het is voorts de bedoeling dat voor deze bevorderingen boven de formatiën tot het criterium van 22 jaren dienst als onderofficier zal worden overgegaan, zoodra op de betreffende candidatenlijst — keuze bevorderingen daargelaten — de anciënniteit van alle candidaten door het aantal jaren van hun dienst als onderofficier zal worden bepaald.

Met nadruk zij er ten slotte de aandacht op gevestigd, dat bij de infanterie voor de rangen van sergeant-majoorinstructeur en administrateur een gelijk aantal candidaten op de lijsten voorkomen. Die verhouding wijst er op dat het zaak is, de sergeant-majoors-instructeur zoo spoedig mogelijk mede in aanmerking te laten komen voor bevorderingen tot adjudantonderofficier-administrateur en hen, op de in het verslag voorgestelde wijze, daarvoor nader te bekwamen.

§ 247. Aan alle oudere sergeant-majoors, sergeanten en fouriers die niet meer in aanmerking komen voor een bevordering, zal, voor zoover zij in dienst wenschen te blijven, worden aangezegd dat zij in beginsel bestemd zijn voor overgang in een sedentaire functie. Bevorderingen in sedentaire functiën, zullen behoudens verkregen rechten, aanstonds als uitgesloten moeten worden beschouwd.

§ 248. De overige punten van het rapport zullen zoo spoedig doenlijk voor het bestaande korps onderofficieren kunnen worden in toepassing gebracht.

De voorstellen betreffende de maréchaussée en die betreffende het personeel bedoeld in Hoofdstuk VIII komen eveneens voor onmiddellijke toepassing in aanmerking.

§ 249. Met alle verkregen rechten ware in het algemeen ten volle rekening te houden.

NASCHRIFT.

Bij brief van 13 November 1919 ontving de Commissie van de leden Berghuijs en Blokker een nota met „enkele opmerkingen en verduidelijkingen waaraan (zij) gaarne als toevoeging aan het verslag een plaats zagen verleend". Deze nota is als Bijlage XV aan het verslag toegevoegd. Voor zoover zij voorstellen, beschouwingen of argumenten bevat, die niet in het verslag zijn opgenomen, zal dit toe te schrijven zijn aan voornoemde leden, die in tegenstelling met hun gedragslijn bij andere punten, niet den uitdrukkelijken wensch hebben te kennen gegeven dat hunne beschouwingen en argumenten ter zake, in het verslag zouden worden opgenomen. Zoowel bij de behandeling van het praeadvies, als bij de verschillende lezingen, heeft de Commissie aan elk harer leden onverkort de gelegenheid gegeven om al wat gewenscht werd, desvereischt als meening eener minderheid, te doen opnemen. Dit is meestal in den vorm geschied zooals deze door de leden daaraan was gegeven.

Omtrent deze nota moet alsnog het navolgende worden aangeteekend.

Met het voorstel omtrent de titulatuur voor de onderofficieren van instructeur le, 2e en 3e klasse en administrateur le, 2e en 3e klasse wordt niet ingestemd. De bedoeling is onder meer om aan de rangen een benaming te geven, overeenkomstig den werkkring. Maar dit wordt met het voorstel niet bereikt. Er zijn tal van onderofficieren werkzaam in