Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE t BESLUIT VAN DEN.... TOT REGELING VAN

DEN RECHTSTOESTAND VAN BEROEPSONDER(Zie blz 8 ) OFFICIEREN DER LANDMACHT.

Wij Wilhelmina, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onzen Minister Van Oorlog van

Den Raad van State gehoord (advies van ) •

Gezien het nader rapport van Onzen voornoemden 'Minister van

Wenschende regelen te stellen omtrent den rechtstoestand der beroepsonderofficieren van de landmacht;

Hebben goedgevonden en verstaan te bepalen als volgt:

HOOFDSTUK I. Eerste verband.

Artikel 1.

Als aspirant-onderofficier kunnen bij de kaderscholen worden aangenomen:

le. ongehuwde Nederlanders of ingezetenen van goed gedrag die niet jonger zijn dan 17 jaar, bij militair geneeskundig onderzoek voor den militairen dienst bij het beoogde wapen geschikt bevonden zijn en zijn geslaagd bij een toelatingsexamen voor de opleiding tot onderofficier bij het beoogde wapen, af te nemen volgens regelen door Onzen Minister van Oorlog te stellen; 2e. dienstplichtige sergeanten (wachtmeesters) van goed gedrag, die daartoe door den korpscommandant geschikt worden geacht, de voortgezette opleiding tot sergeantaanvoerder hebben gevolgd en zijn geslaagd bij een toelatingsexamen voor de verkorte opleiding tot onderofficier bij het beoogde wapen, af te nemen volgens regelen door Onzen Minister van Oorlog te stellen • 3e. andere militairen van goed gedrag, die daartoe door den korpscommandant geschikt worden geacht en ziin geslaagd bij een toelatingsexamen voor de opleiding tot onderofficier bij het beoogde wapen, af te nemen volgens regelen door Onzen Minister van Oorlog te stellen. Burgers volgens punt 1 kunnen nochtans niet worden aangenomen na afloop van het kalenderjaar, waarin zij het 20e levensjaar hebben volbracht; militairen volgens de punten 2 en 3 met na afloop van het kalenderjaar, waarin zij het Zóe levensjaar hebben volbracht.

Recht op vrijstelling van de examens bedoeld in de punten 1, 2 en 3 hebben diegenen, die zijn geslaagd bij door Onzen Minister van Oorlog aan te wijzen examens aan inrichtingen van onderwijs.

Art. 2.

Van de aanneming tot aspirant-onderofficier wordt een bewijsstuk in tweevoud opgemaakt volgens een door Onzen Minister van Oorlog vast te stellen voorbeeld.

Art. 3.

De aangenomene is verbonden tot het volbrengen van zijn derde dienstjaar na het verlaten van de kaderschool; nochtans kan Onze Minister van Oorlog hem van zijne verbintenis ontheffen, indien hij niet kan worden bevorderd tot korporaal of tot sergeant- (wachtmeester-) aanvoerder of voor de tweede maal niet slaagt bij het examen ter verkrijging van den rang van sergeant (wachtmeester).

De aangenomene volgens punt 1 van artikel 1 wordt na 1 jaar dienst van zijn verdere verbintenis ontheven, wanneer hij zulks verzoekt of wanneer Onze Minister van Oorlog dat wenschelijk acht; in andere gevallen is verbreking van de

Sluiten