Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eens kosteloos een exemplaar verstrekt, wanneer het dienstbelang vordert, dat hij daarvan in het bezit is. Van wijzigingen in hem kosteloos verstrekte bepalingen ontvangt hij eveneens kosteloos een exemplaar.

Art. 11.

De onderofficier is verplicht bij zijne vaste aanstelling een eed of belofte af te leggen, waarvan het formulier door Onzen Minister van Oorlog wordt vastgesteld.

HOOFDSTUK IV. Bevordering enz. Art. 12.

Onze Minister van Oorlog doet volgens een door hem vast te stellen voorbeeld wapensgewijs ranglijsten aanhouden van de onderofficieren van eiken rang; voor de administrateurs afzonderlijk.

Op deze ranglijsten worden de onderofficieren ingeschreven naar volgorde van den datum van ingang hunner benoeming of bevordering. Bij benoeming van meer dan één persoon met ingang van denzelfden datum bij verschillende beschikkingen is de volgorde der beschikkingen beslissend: worden meer dan één persoon bij dezelfde beschikking benoemd, dan wordt de volgorde bij die beschikking geregeld

Bij gelijktijdige bevordering regelt de rangorde zich naar die van den vongen rang.

Art. 13.

De sergeant (wachtmeester), die is geslaagd bij een door Onzen Minister van Oorlog te regelen examen voor den hoogeren rang, wordt uiterlijk na 15 jaar dienst in dien rang bevorderd tot sergeant-majoor (opper-wachtmeester): de sergeant-majoor (opperwachtmeester) uiterlijk na 22 jaren dienst sedert zijne aanstelling tot sergeant (wachtmeester) tot adjudant-onderofficier. '

Bevordering heeft nochtans niet plaats, indien belanghebbende met geschikt is voor den naast-hoogeren rang en zulks is vastgelegd in een gemotiveerde beoordeeling. Op een zoodanige beoordeeling mag slechts acht worden geslagen md.en zij niet langer dan 2 jaar geleden is opgemaakt en door* belanghebbende voor „gezien" is geteekend, of indien zij ingeval deze dat weigert, hem in tegenwoordigheid van 2 officieren is voorgelezen en daarvan een proces-verbaal is opgemaakt waarin ook deze weigering, alsmede de door belanghebbende opgegeven reden der weigering zijn medegedeeld.

Art. 14.

Aan eiken sergeant (wachtmeester) moet tijdig de gelegenheid worden gegeven het examen af te leggen óf foor sergeant-majoor-(opperwachtmeester-)administrateur öf voor sergeant-majoor-(opperwachtmeester-)instructeur niet .ZT1^ °f ^ bijzondere SevalIen mag hij, die daarbij hèrhale^ eXamen' ^ * de2dfde categ°rie, éénmaal

De sergeant (wachtmeester), die is geslaagd bij het examen voor sergeant-majoor-(opperwachtmeester-)imTtructeur,mag als nog het examen afleggen voor sergeant-majoor-(opperwacht-

^SS^maa'^tJa^ Wj °m Physieke benende geschiktheid voor bevordering tot sergeant-majoor-fopperwachtmeester-)instructeur verliest. l"Pper

Sluiten