Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4e. wegens verregaande nalatigheid in de vervulling van opgelegde plichten;

5e. wegens opzettelijke en herhaalde ongehoorzaamheid, mishandeling van ondergeschikten of ernstig misbruik maken van gezag;

6e. wegens wangedrag, onverschillig of daarvan in of buiten dienst blijkt;

7e. op grond van degradatie of van een rechterlijk gewijsde — ook al wordt dit door gratie gevolgd —, dat, hoewel het niet het verlies van den rang van onderofficier ten gevolge heeft, is gewezen wegens een feit, dat den veroordeelde onwaardig maakt dien rang te blijven bekleeden;

8e. wegens opheffing zijner betrekking; 9e. in bijzondere gevallen, wanneer slechts door ontslag het belang van den dienst te behartigen is. De reden van het ontslag en het punt van dit artikel met toepassing waarvan het hem wordt verleend, worden den ontslagene schriftelijk medegedeeld.

Art. 21.

Wordt ontslag verleend op grond van de punten 1, 2, 3 8 en 9 van het voorgaand artikel, dan is dit steeds eervol.'

Ontslag verleend op grond van de punten 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel mag, tenzij op verzoek van den onderofficier zelf, niet ingaan binnen drie maanden na den dag, waarop het den onderofficier wordt aangezegd.

Ontslag verleend op grond van punt'l van het voorgaande artikel mag, tenzij op verzoek van den onderofficier zelf niet ingaan meer dan een maand na den dag, waarop het verzoek dij Unzen Minister van Oorlog is ingekomen.

Ontslag op grond van punt 8 of 9 van het voorgaand artikel kan niet anders worden verleend dan met ingang van ten minste één maand na den dag, waarop het den onderofficier wordt aangezegd en dan onder toekenning van een wachtgeld

Ontslag wegens ziekte met toepassing van punt 3 van het voorgaande artikel verleend, geeft aanspraak op maandelijksche mtkeenngen, berekend op de wijze en verschuldigd over een tijdsduur als voor het wachtgeld is aangegeven in het volgend artikel.

Art. 22.

Het wachtgeld is gedurende één jaar gelijk aan de laatstelijk genoten bezoldiging en bedraagt gedurende het daarop volgende jaar drievierde en gedurende nog één jaar twee derde daarvan. Waren aan den rang periodieke verhoogingen verbonden, welke alleen bij onvoldoende geschiktheid of plichtsbetrachting achterwege zouden zijn gebleven, dan wordt het wachtgeld op de tijden dat die verhoogingen zouden zijn ingegaan, met het bedrag daarvan, onderscheidenlijk met drie vierde of twee derde daarvan verhoogd.

Het wachtgeld wordt verminderd met het bedrag van het pensioen, waarop de betrokkene hetzij uitsluitend, hetzij mede op grond van de diensten, bewézen in de verlaten betrekking aanspraak heeft. Het wordt voorts verminderd met het bedrag dat de betrokkene geniet uit arbeid of bedrijf, na den ingang van het wachtgeld ter hand genomen. De verminderingen volgens dit hd mogen nochtans niet zoo groot zijn, dat de gezamenlijke inkomsten dalen beneden de laatstelijk genoten bezoldiging

Art. 23.

Bij weigering van een functie, welke den op wachtgeld gestelde Van Rijkswege wordt aangeboden en hem in verband ^rs?°nllJkheid «« omstandigheden redelijkerwijze kan

Z£ TI' 15 °nZe Minister van bevoegd het

wachtgeld geheel of ten deele vervallen te verklaren

Sluiten