Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'S-Gravenhage, 28 October 1918'

Bevreesd voor den nadeeligen invloed, dien de aanneming van het bij Koninklijke Boodschap van 13 Mei 1918 ingediende Wetsontwerp tot Wijziging der Wet op de Oorlogswinstbelasting 1916 op de oeconomische ontwikkeling van ons land zou kunnen hebben, heeft het Bestuur van de Vereeniging van Nederlandsche Werkgevers zich gewend tot Uwen Ambtsvoorganger teneinde hare bezwaren dienaangaande uiteen te zetten. In de particuliere audiëntie, welke de Minister aan genoemd Bestuur verleende, is onder meer de vraag ter sprake gebracht, of het niet aanbeveling verdiende eene verder gaande wijziging der Wet op de Oorlogswinstbelasting dan de voorgestelde voor te bereiden. In dit verband gaf Zijne Excellentie het Bestuur van genoemde vereeniging in overweging in overleg met de Maatschappij van Nijverheid eene Studie-Commissie te vormen, welke de grieven, die betreffende de Wet op de Oorlogswinstbelasting in de praktijk zijn ontstaan, zou hebben te onderzoeken en zoo mogelijk de maatregelen tot wegneming of verzachting daarvan aan te wijzen.

Het Bestuur van de Vereeniging van Nederlandsche Werkgevers heeft daarop overleg gepleegd met het Hoofdbestuur van genoemde Maatschappij en bovendien met het Voorloopig Bestuur van de Vereeniging voor de Nederlandsche Chemische Industrie, wat geleid heeft tot de vorming van eene Studie-Commissie in zake de wijziging der Wet op de Oorlogswinstbelasting, welke Commissie als volgt is samengesteld:

•Lid en voorzitter:

Mr. R. J. H. Patijn, Oud-lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, te 's-Gravenhage.

Leden:

Dr. J. A. Carp, te Helmond. Joan Gelderman, te Oldenzaal. K. C. Honig Mzn., te Overveen. P. H. van Groningen, te Deventer. P. J. van Ommeren, te Rotterdam. A. H. Verkade, te Zaandam.

Jhr. Mr. S. M. S. van Panhuijs, te 's-Gravenhage. *)

Lid en Adviseur: Mr. G. L. A. van Dijk, te Rotterdam.

Secretaris:

Het Secretariaat van de Vereeniging van Nederlandsche Werkgevers.

*) Jhr. Mr. S. M. S. van Panhuhs is inmiddels overleden en als zoodanig opgevolgd door den heer Joh. Ketjen te Hilversum.

Sluiten