Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Commissie heeft op 16 Augustus 1918 eenen aanvang met hare werkzaamheden gemaakt door het houden van eene algemeene vergadering, waarin op voorstel van den Voorzitter eene werkwijze werd vastgesteld.

Als resultaat van haren arbeid heeft de Commissie de eer Uwe Excellentie thans onderstaand Rapport met Bijlagen aan te bieden met het eerbiedig verzoek de daarin vermelde bezwaren en conclusiën in welwillende overweging te willen nemen.

Alvorens over te gaan tot de uiteenzetting der grieven, die naar aanleiding van de toepassing der Wet op de Oorlogswinstbclasting 1916 gerezen zijn, meent de Commissie in 't algemeen te moeten wijzen op de oeconomisch belemmereride werking dezer wet. Het is der Commissie gebleken, dat de heffing der Oorlogswinstbelasting diep ingrijpt in het oeconomisch leven en dat dit voor tal van bedrijven niet zonder ernstig nadeel geschiedt. De uitbreiding of voortzetting van vele bestaande ondernemingen en de oprichting van nieuwe zaken, ondervinden in hooge mate den remmenden invloed, die van eene zoo zeer het bedrijfsleven rakende wet als die op de Oorlogswinstbelasting uitgaat, gelijk hieronder nader zal worden uiteengezet. De Commissie heeft dan ook gemeend haar volle aandacht te moeten wijden aan de vraag, hoe de wet op de Oorlogswinstbelasting 1916 zou zijn te wijzigen, zoodat meerdere waarborg verkregen wordt, dat «eene billijkere wijze van heffing plaats vinde en tevens de handel en industrie ook in de toekomst eene oeconomisch sterke positie zullen kunnen blijven innemen. Dat dit laatste ook de wensch der Regeering is, heeft de Commissie gemeend te mogen afleiden uit de door Hare Majesteit de Koningin op 17 September j.L uitgesproken Troonrede, waarin onder meer de volgende passus voorkomt:

„Reeds thans zal volle aandacht worden geschonken aan de maatregelen die na den oorlog zoowel hier te lande als in de koloniën zullen moeten worden getroffen om de zoozeer ontwrichte handel en nijverheid de voorlichting en steun te geven, die zij alsdan zullen behoeven."

Afgescheiden van de hierna voor te stellen verbeteringen der wet om tot opheffing van bestaande onbillijkheden te komen is de Commissie van oordeel, dat het bedenkelijk mag heeten eene hoogere opbrengst dezer belasting te zoeken in verhooging van het heffingspercentage. Immers eene gelegenheidswet als deze kleven onvermijdelijk ernstige fouten aan — als daar is de fictie, dat oorlogswinst is de meer-winst in vergelijking tot het gemiddelde van 1911/13, waardoor voor den een als oorlogswinst geldt wat het voor den ander niet heet te zijn — welke feilen bij verhooging van het percentage niet alleen de bestaande onbillijkheden accentueeren, doch tevens ongewenschte toestanden in het leven roepen.

Met name noemt de Commissie als bezwaar tegen de verhooging van het percentage in de eerste plaats den invloed, dien een hoog percentage zal hebben op het oeconomische leven, op den prijs van vele artikelen en de belooning van diensten. Hooge belastingen leiden tot hooge brutowinst-marges, derhalve tot hooge prijzen. Wanneer 50% O.W.'-belasting wordt geheven, zal menige transactie slechts dan tot afsluiting en uitvoering komen, indien de leverancier in de gelegenheid is de oorspronkelijke of normale winstmarge te verdubbelen of althans belangrijk te vermeerderen.

Sluiten