Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gegeven zou worden om bij de uitvoering der wet niet zoo precies te handelen als bij de gewone belastingen en om niet dood te vallen op kleinigheden, maar meer ruimte bij de toepassing te laten *). Hoe geheel anders is het in werkelijkheid gegaan. Wat is er van die ruime uitlegging der wet gebleken b.v. bij het begrip „afschrijvingen volgens goed koopmansgebruik"! Zijn niet de ingewikkelde quaesties, die de fiscus bij de toepassing van de artikelen 23 en 24 (zie hieronder punt 11) heeft doen ontstaan, er juist een bewijs voor, dat men wel op kleinigheden valt! En behoeft hier eindelijk nog herinnerd te worden aan de talrijke onaangenaamheden en onbillijkheden, die voortgesproten zijn uit het vaak hopeloos pogen van belastingplichtigen om aannemelijk te maken, wat niet een gevolg is van den oorlogstoestand! De Commissie vertrouwt, ook zonder dat zij eene volledige opsomming geeft van de vele klachten, die haar betreffende de fiscale toepassing der wet hebben bereikt, op dit punt bij Uwe Excellentie geloof te zullen vinden.

Het ligt overigens geenszins in de bedoeling der Commissie om den inspecteurs hierover een ernstig verwijt te maken. Zij begrijpt zeer goed, dat een onderhoud tusschen eenen ambtenaar en eenen koopman of industrieel over de vraag wat als winst respectievelijk als oorlogswinst beschouwd moet worden, wel haast noodwendig op een meeningsverschil moet uitloopen. Niettemin betreurt de Commissie het dat in vele gevallen eerst een vergelijk tot stand kan komen na een toch eigenlijk onwaardig loven en bieden over en weer, gezwegen nog van de talrijke malen, dat de fiscus haar standpunt, niettegenstaande het tegen alle commercieele opvattingen indruischt, niet gewonnen geeft en eene onverkwikkelijke belastingprocedure gevoerd moet worden. Dat dit de definitieve vaststelling van den aanslag niet bespoedigt is duidelijk. De Commissie acht dit laatste hierom temeer een ernstige grief, omdat in vele gevallen de behandeling van den aanslag op zich zelf reeds zeer laat plaats vindt, naar het schijnt als gevolg van het feit dat de inspecteurs met werk overladen zijn. Er zijn der Commissie zelfs gevallen bekend dat de behandeling der aangifte over 1914 nog moet plaats hebben, hoewel alle gegevens sedert jaren in handen zijn der administratie.

De Commissie meent erop te moeten wijzen, dat deze langdurige onzekerheid omtrent het bedrag, dat een bedrijf aan Oorlogswinstbelasting zal hebben te betalen, vaak zeer nadeelige gevolgen kan hebben. Het behoeft wel geen nader betoog, dat het nemen van belangrijke beslissingen omtrent uitbreiding of verandering van een bedrijf in hooge mate afhangt van de hoegrootheid der beschikbare kasmiddelen en dat het dus dikwijls zeer gewenscht is zoo spoedig mogelijk zekerheid te hebben omtrent het gedeelte der winst, dat aan het Rijk zal moeten worden afgestaan.

De Commissie heeft zich ernstig bezig gehouden met de vraag hoe eene meer billijke en tevens snellere toepassing der Wet op de Oorlogswinstbelasting ware te verkrijgen en heeft gemeend de oplossing onder meer hierin gevonden te hebben, dat een deel van den taak der Inspecteurs van hunne schouders zal worden genomen en opgedragen aan een of meer Commissies tot uitvoering der wet, samengesteld uit vooraanstaande personen uit handel en industrie. Zij meent dit denkbeeld met te meer aandrang op den voorgrond te kunnen brengen, omdat eenige onderdee.len

*) Handelingen 2e Kamer, bl. 1893

Sluiten