Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dagen een krans van 23 eilanden benoorden Germanië en werden deze door de Waddenzee van het vasteland gescheiden.1) Behoorde nu ook Schellingerland tot die eilandenrij ? Ongetwijfeld, doch onder 'dien verstande, dat het met? meer recht een schiereiland kon heeten. Immers Noordelijk werd het bespoeld door de Noordzee, Westelijk door den breeden Fliemond, Oostelijk en voor een klein deel Zuidelijk door de Borne, maar verder was het aan de Zuidzijde door een landtong met Friesland verbonden. In den vorm van een trechter sloot Schellinge aan Westergoo aan. 't Waren echter lage, zandige gronden met een dunne laag derrie of klei aan de oppervlakte, waaruit dit trechtervormig schiereiland bestond. Bovendien was het doorsneden van vele vlieten en kreken, zoodat het weinig bevolkt zal zijn geweest. Toch vinden wij in Frieslands oudste geschiedenissen meer dan eenmaal melding gemaakt van eenige dorpen, die op deze landtong hebben gelegen. Zoo worden ons genoemd: Westerbierum,2) Dijkshorne en het stedeke Gryn, waarover wij nader eenige bijzonderheden zullen mededeelen. Ook had de abdij Onze lieve Vrouwe ten Dale te Lidlum hier een uithof of kloosterhoeve, die bewoond werd door enkele leekebroeders, welke de landbouw en veeteelt beoefenden. Daarom draagt nog altijd de uitgestrekte Waddenplaat tusschen Schellingerland en Friesland den naam Abt.

Vraagt men nu: wanneer is Schellinge van een schiereiland een eiland geworden, met andere woorden, wanneer is de landtong, die haar aan Friesland bond, doorgebroken,

') Plinius, Hist. Nat. L. IV. 13.

Westerbierum komt nog voor in een Charter van 1322, v. Mieris II, 284.

Sluiten