Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar Franeker, zijn zetel!" vlogen ook enkele Schel linkers in 't geweer. Onder degenen, die bij het beleg van Franeker voor de zaak der volksvrijheid sneuvelden, wordt o. a. genoemd: Jarich Wybesz van Schellingen') (1500). De Saks bleef Sehellinge dan ook als een Friesch eiland beschouwen. Toen hij — nl. Georg van Saksen — den 21sten penning wilde heffen en daarvoor een lijst liet opmaken van den Frieschen adel, werden daarbij ook Schellinger edelingen ingedeeld, o.a. Louwe Lauta en Rienick van der Schelling2) (1504),

Evenals ruim een eeuw geleden stond men nu weer tusschen twee vuren, 't Zal de eiland-Friesen dubbel smart hebben gedaan, dat zij thans op hun hoede moesten zijn voor datzelfde Friesland, waarvoor hun hart warm klopte. Het schrikbeeld, dat hen in de jaren 1515—1520 met bange vrees vervulde, was een strooptocht van den vermetelen, reusachtigen zeeroover Lange Pier, die in dienst stond van de Gelderschen, en eeuwigen haat aan den Hollander had gezworen. Zijn boos gerucht ging door het land en het noemen van zijn naam was reeds voldoende om zeeman en strandbewoner te doen sidderen. Wieringen en Texel hadden aireede kennis gemaakt met dezen geweldigen vrijbuiter, die galg en rad in zijn scheepsvlag voerde. Geen wonder, dat de Schellingers zich zelf met bezorgdheid afvroegen : zal Lange Pier ons beschouwen als Friesen of als Hollanders. Om zekerheid te krijgen, begaven zich een paar eilanders naar Sneek en vroegen een onderhoud met Arkelens, den rentmeester en veldheer der Gelderschen, ten einde een plundering af te wenden. »Dan, deze gaff haer de dingen so zwaer in handen, dat se met hem niet wisten te raec.ken."

') Winsemius, t. a. p. bi. 374. 2) Winsemius, t. a. p. bl. 403.

Sluiten