Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jarich Popma was nog een jonge man, toen hij zoo diep voor den Hollandschen maarschalk moest bukken. Zijn graf vindt men in de kerk te Tzummarum1) en 't is echte Friesche adeltrots, die na de diepe vernedering, toch op de zerk heeft laten beitelen: «Jarich Poppema, Heer van der Schelling en de Grindt stierf 26 Maart 1553."

Heer Cornelis stierf in 1560 en vermaakte Schellingerland aan zijn neef Johan van Ligne, graaf van Aremberg, den feilen Spaanschgezinden stadhouder van Friesland en Groningen, die in den strijd tegen Oranje en het Geuzenvolk bij Heiligerlee (1568) den dood vond. Deze zag, in verband met de staatkundige en godsdienstige bewegingen, die het land in hevige beroering begonnen te brengen, wel in dat het Waddeneiland hem weinig genot zou geven. Hij bood 't deswege aan Amsterdam te koop aan,2) maar de Vroedschap had er geen lust in. Bij zijn dood erfde zijn zoon Karei het eiland, maar daar hij nog jong was, regelde zijne moeder, Vrouwe Margaretha, geboren gravinne Van der Marck, de zaken der Heerlijkheid.3) Zij stelde in 1569 Gerbrant Walckama als Drossaard aan, doch deze werd nog datzelfde jaar door de Geuzen gevangen genomen en afgezet.4)

Er volgden nu jaren, waarin ieder deed wat goed was in zijne oogen. Van een geregeld bestuur was in de jaren 1570—1580 geen sprake. De ambtlieden der Roomsche en Spaanschgezinde Arembergs duldde men niet meer en de Staten van Holland hadden nog geen besluit ten aanzien van het eiland genomen. Eerst in

') H. W. Steenstra, Oudheidk. aanteekeninqen van Barratleel. Fran 1836, bl. 18.

2) Ter Gouw, Gesch. van Amsterdam, Dl. V, bl. 344.

;') Blijkens stukken in het Rijksarchief.

4) Zie hoofdstuk IX.

Sluiten